ECLI:NL:RBMNE:2026:3371text/xmlpublic2026-07-03T09:56:512026-06-16Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Midden-Nederland2026-03-06UTR 25/13343UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigVoorlopige voorzieningNLUtrechtBestuursrecht; BestuursprocesrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:3371text/htmlpublic2026-07-03T09:56:222026-07-03Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBMNE:2026:3371 Rechtbank Midden-Nederland , 06-03-2026 / UTR 25/13343 niet-ontvankelijk geen griffierecht
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 25/13343 uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 maart 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , met V-nummer: [V-nummer] , verzoeker, en de minister van Asiel en Migratie, verweerder.Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoeker heeft ingesteld op 24 juni 2025 tegen het besluit van verweerder over de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning van 27 mei 2025. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Verzoeker heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit. 2. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 194,-. 3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen. 4. Bij de indiening van het verzoek om een voorlopige voorziening heeft verzoeker verzocht om vrijstelling van het griffierecht, omdat hij dit bedrag niet kan betalen. De rechtbank heeft verzoeker op 12 augustus 2025 een brief gestuurd waarin staat dat zijn verzoek is afgewezen en dat hij het griffierecht wel moet betalen. 5. De rechtbank heeft verzoeker op 13 augustus 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Ook staat in deze brief dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren en niet inhoudelijk behandelt als eiser het griffierecht niet of niet op tijd betaalt. Volgens de track & trace van PostNL is de brief op 15 augustus 2025 afgeleverd bij eiser, waarbij is getekend voor ontvangst.
6. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Verzoeker heeft daar geen reden voor gegeven. 7. Het verzoek om een voorlopige voorziening is kennelijk niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter zal het verzoek om een voorlopige voorziening niet inhoudelijk behandelen. 8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake. Beslissing De rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van J.B Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026. De griffier is buiten staatte ondertekenen griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.