Verklaring voor recht dat arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW is opgezegd en vernietiging van het ontslag. Doorbetaling loon na 2 jaar ziekte i.v.m. loonsanctie UWV ex artikel 7:629 lid 11 BW.
Rechtbank Limburg 1 juni 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2025:12091
Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
08-12-2025
Datum publicatie
01-06-2026
Zaaknummer
11916936/AZ/25-118
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
ECLI:NL:RBLIM:2025:12091text/xmlpublic2026-06-01T15:51:322025-12-08Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Limburg2025-12-0811916936/AZ/25-118UitspraakOp tegenspraakBeschikkingNLRoermondCiviel recht; ArbeidsrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:12091text/htmlpublic2026-06-01T15:45:092026-06-01Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBLIM:2025:12091 Rechtbank Limburg , 08-12-2025 / 11916936/AZ/25-118 Verklaring voor recht dat arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW is opgezegd en vernietiging van het ontslag. Doorbetaling loon na 2 jaar ziekte i.v.m. loonsanctie UWV ex artikel 7:629 lid 11 BW.
RECHTBANK LIMBURG Civiel recht
Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer / rekestnummer: 11916936 AZ VERZ 25-118 Beschikking van 8 december 2025 in de zaak van
[verzoeker]
,
wonende te [plaatsnaam] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., tegen PUUR B.V.,
gevestigd te Swalmen,
verwerende partij,
hierna te noemen: Puur,
niet verschenen. 1De procedure1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties,
- de mondelinge behandeling van 19 november 2025,
- de brief van de gemachtigde van [verzoeker] van 21 november 2025, met bijlagen. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2De feiten2.1.
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1966, is sinds 1 juli 2022 voor onbepaalde tijd in dienst bij Puur (productie 1 van [verzoeker] ). De functie van [verzoeker] is algemeen medewerker met een loon van € 1.034,02 bruto per maand. 2.2. Op 25 september 2023 is [verzoeker] arbeidsongeschikt geraakt. Zij is tot op de dag van vandaag nog steeds arbeidsongeschikt. 2.3. Op 5 juli 2025 heeft Puur de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] opgezegd met ingang van 25 september 2025 vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] . 2.4. De opzegging heeft plaatsgevonden zonder instemming van [verzoeker] of toestemming van het UWV en zonder dringende reden. 2.5. Bij brief van 31 juli 2025 heeft het UWV aan Puur een loonsanctie opgelegd tot 21 september 2026, of zoveel eerder dat Puur aan haar re-integratieverplichtingen heeft voldaan (nagekomen productie van [verzoeker] ). 3Het verzoek3.1.
[verzoeker] verzoekt -verkort weergegeven-; voor recht te verklaren dat Puur de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd en het tegen 25 september 2025 gegeven ontslag te vernietigen, Puur te veroordelen tot betaling van loon vanaf 1 september 2025 ad € 1.034,02 bruto per maand, tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en wettelijke rente, Puur te veroordelen tot betaling van het achterstallig loon over de maand mei 2025 en het vakantiegeld over het vakantiejaar 2024-2025 ad in totaal € 2.007,47 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en wettelijke rente, Puur te veroordelen in de proceskosten. 3.2. Puur heeft geen verweer gevoerd. 4De beoordeling Geen verweer van Puur 4.1. Puur is bij brief van de rechtbank van 16 oktober 2025 (aan het adres [X] ) opgeroepen om te verschijnen voor de mondelinge behandeling op woensdag 19 november 2025 om 13.00 uur, op het adres van de rechtbank in Roermond.
Mr. Jacobs heeft het verzoekschrift op het genoemde adres per exploot laten betekenen op 10 november 2025 (nagekomen productie van [verzoeker] ).
Dat betekent dat Puur op de hoogte was, danwel had kunnen zijn, van de mondelinge behandeling van het verzoekschrift. Puur heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om verweer te voeren. Kern van het geschil 4.2. Het gaat in deze zaak om de vraag of de opzegging van de arbeidsovereenkomst moet worden vernietigd en of Puur moet worden veroordeeld tot betaling van het loon en vakantiegeld. Vernietiging van de opzegging 4.3. De kantonrechter oordeelt dat Puur de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig heeft opgezegd. In artikel 7:671, lid 1 BW is bepaald dat een werkgever de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig kan opzeggen zonder schriftelijke instemming van de werknemer, tenzij er sprake is van een van de genoemde gevallen die zijn opgesomd onder a tot en met h.
Daar is in dit geval geen sprake van, althans dat is niet gesteld of gebleken.
Dat betekent dat de verzoeken tot verklaring voor recht dat Puur de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd en tot vernietiging van het tegen 25 september 2025 gegeven ontslag worden toegewezen. Loon over mei 2025 en vakantiegeld 4.4.
[verzoeker] heeft onweersproken gesteld dat Puur het salaris over de maand mei 2025 van € 1.034,02 bruto en het vakantiegeld over 2024-2025 van € 973,45 bruto niet heeft betaald, zodat de vordering tot betaling van het totaal ad € 2.007,47 bruto toewijsbaar is. 4.5. De gevorderde maximale wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf 1 juni 2025 worden toegewezen, omdat Puur te laat heeft betaald. Loon vanaf 1 september 2025 4.6. Nu de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] voortduurt is Puur op grond van artikel 7:629 lid 1 BW verplicht het loon gedurende twee jaar door te betalen, welke periode in beginsel zou zijn geëindigd op 25 september 2025.
Puur heeft echter een loonsanctie opgelegd gekregen van het UWV en is daarom op grond van lid 11 van voornoemd artikel ook het loon aan [verzoeker] verschuldigd over de periode daarna. De loonsanctie is aan Puur opgelegd tot 21 september 2026, of zoveel eerder dat Puur aan haar re-integratieverplichtingen heeft voldaan.
De vordering van [verzoeker] tot loonbetaling vanaf 1 september 2025 zal daarom worden toegewezen voor de duur van de periode van de loonsanctie van het UWV. 4.7. De gevorderde maximale wettelijke verhoging en de wettelijke rente vanaf de respectieve vervaldata van het verschuldigde loon worden toegewezen, omdat Puur te laat heeft betaald. Proceskosten 4.8. De proceskosten komen voor rekening van Puur, omdat Puur (overwegend) ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 935,00 (€ 257,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. 5De beslissing De kantonrechter 5.1. verklaart voor recht dat Puur de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd en vernietigt het tegen 25 september 2025 gegeven ontslag, 5.2. veroordeelt Puur tot betaling aan [verzoeker] van € 2.007,47 bruto aan loon over de maand mei 2025 en vakantiegeld over 2024-2025, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging en met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling, 5.3. veroordeelt Puur tot betaling aan [verzoeker] van het loon vanaf 1 september 2025, voor de duur van de periode van de loonsanctie van het UWV, te vermeerderen met de maximale wettelijke verhoging en met de wettelijke rente vanaf de respectieve vervaldata tot aan de dag van de gehele betaling, voor zover de verschuldigde bedragen niet tijdig worden voldaan, 5.4. veroordeelt Puur in de proceskosten van € 935,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Puur niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, 5.5. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad 5.6. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2025. MH Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.