Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:28726

Betrokkene vraagt om ontslag van de benoemde professionele bewindvoerder. De bewindvoerder voert verweer. Hij verwijt betrokkene dat die niet zakelijk en met onderbouwde feiten richting hem communiceert, maar zelf voelt hij zich aangevallen en bestrijdt hij fel de beschuldigingen. De bewindvoerder dient zich inderdaad zakelijk en professioneel op te stellen, maar van een betrokkene die onder be...

Rechtbank Den Haag 12 oktober 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:28726 text/xml public 2026-10-12T18:00:01 2026-09-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-09-28 12091427 EJ VERZ 26-70824 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:28726 text/html public 2026-10-06T15:05:12 2026-10-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:28726 Rechtbank Den Haag , 28-09-2026 / 12091427 EJ VERZ 26-70824
Betrokkene vraagt om ontslag van de benoemde professionele bewindvoerder. De bewindvoerder voert verweer. Hij verwijt betrokkene dat die niet zakelijk en met onderbouwde feiten richting hem communiceert, maar zelf voelt hij zich aangevallen en bestrijdt hij fel de beschuldigingen. De bewindvoerder dient zich inderdaad zakelijk en professioneel op te stellen, maar van een betrokkene die onder bewind staat kan en hoeft niet hetzelfde verwacht te worden. Er is niet voor niets een beschermingsmaatregel. De kantonrechter begrijpt niet waarom de bewindvoerder zich zo fel verweert en tegelijkertijd bewindvoerder wenst te blijven. Het is duidelijk dat de relatie tussen beide partijen verstoord is. Daarmee zijn er gewichtige redenen om het ontslagverzoek van betrokkene te honoreren.

beschikking
<?linebreak?>Rechtbank den haag
Zittingsplaats Den Haag

EP

Zaaknr.: 12091427 EJ VERZ 26-70824

BM 31638

datum: 28 september 2026

Beschikking van de kantonrechter op een verzoek tot ontslag van de huidige bewindvoerder en benoeming van een nieuwe bewindvoerder

op verzoek van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats], [geboorteland] op [geboortedatum] 1955,

wonende te [adres],

hierna ook te noemen: betrokkene.

Het verzoek strekt tot ontslag van [bewindvoerder] h.o.d.n. [bedrijfsnaam] en benoeming van Stichting CAV, correspondentieadres [correpondentieadres], tot nieuwe bewindvoerder.
Procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 10 februari 2026;

de bereidverklaring van de voorgestelde nieuwe bewindvoerder;

de schriftelijke reactie van de huidige bewindvoerder.

De zaak is behandeld ter zitting van 21 september 2026. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden.
Beoordeling
Bij beschikking van 23 mei 2025 van de kantonrechter te Den Haag is een bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand, met aanstelling van de bewindvoerder.

De kantonrechter is van oordeel dat de bewindvoerder ontslagen moet worden op grond van gewichtige redenen. Voor de uitgebreide motivering wordt verwezen naar de aangehechte bijlage, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.

Uit de wet volgt dat deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad is.
Beslissing
De kantonrechter:

- ontslaat [bewindvoerder] h.o.d.n. [bedrijfsnaam] met ingang van 16 oktober 2026 als bewindvoerder over de onder bewind gestelde goederen van betrokkene;

- benoemt Stichting CAV met ingang van 16 oktober 2026 tot opvolgend bewindvoerder over de onder bewind gestelde goederen van betrokkene;

- bepaalt dat de ontslagen bewindvoerder eindrekening en -verantwoording aflegt aan de nieuwe bewindvoerder en die vervolgens doet toekomen aan de kantonrechter;

- stelt vast dat de ontslagen bewindvoerder gerechtigd is voor het opstellen van de eindrekening en verantwoording een beloning uit het vermogen van de betrokkene op te nemen als bedoeld in artikel 3 lid 5 onder d van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;

- stelt vast dat het ontslag van de huidige bewindvoerder en de benoeming van de nieuwe bewindvoerder worden ingeschreven in het openbaar Centraal Curatele- en bewindregister;

- stelt vast dat de opvolgend bewindvoerder gerechtigd is om maandelijks voor de werkzaamheden een vergoeding in rekening te brengen zoals vermeld in artikel 3 lid 2 onder b van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;

- stelt vast dat de opvolgend bewindvoerder gerechtigd is om een éénmalige vergoeding voor aanvangswerkzaamheden in rekening te brengen conform artikel 3 lid 5 onder a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.

Deze beschikking is gegeven door mr. D. de Loor, kantonrechter te Den Haag, in samenwerking met R.D.A. Babulall-Oemrawsingh, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 september 2026.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Den Haag:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of

nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

BIJLAGE, behorende bij de beschikking met bovengenoemd zaaknummer van 28 september 2026

Betrokkene heeft de kantonrechter verzocht de bewindvoerder te ontslaan en Stichting CAV te benoemen als nieuwe bewindvoerder. Aan dit verzoek legt zij, samengevat, het volgende ten grondslag. Betrokkene heeft de bewindvoerder eenmaal gezien tijdens een bezoek van 10-15 minuten. Zij was verder niet bekend met bewindvoering. Op advies van de gemeente is zij onder bewind gesteld. De bewindvoerder weigert om de communicatie via haar kinderen of hulpverleners te laten verlopen, hoewel betrokkene daar toestemming voor heeft gegeven. Betrokkene wordt niet betrokken bij belangrijke beslissingen en heeft geen inzage in haar financiële situatie. Als haar hond naar de dierenarts moet, bepaalt de bewindvoerder of hij behandeld mag worden. Haar hondje is alles voor haar, hij heeft haar door een diep dal geholpen toen haar moeder en man kort na elkaar overleden waren. Als betrokkene de bewindvoerder belt dan geeft hij haar het gevoel dat zij niets is omdat zij schulden heeft. Zij voelt zich gekleineerd. Betrokkene heeft inderdaad € 1.500 overgemaakt in verband met de kosten van een crematie. Zij wist niet dat het bewind toen al was uitgesproken omdat het verzoek schriftelijk was afgedaan, zonder zitting, en zij de beschikking nog niet had ontvangen.

De bewindvoerder voert, samengevat, het volgende verweer. De bewindvoerder is het niet eens met de beweringen en verdachtmakingen van betrokkene. Het klopt dat hij de communicatie niet via de kinderen wil laten verlopen omdat die schulden van betrokkene hebben veroorzaakt. Betrokkene heeft een goed pensioen. Zonder schulden heeft zij ruim voldoende inkomen. Er lekt echter geld weg. Er is zorgfraude gepleegd door het geld van de verzekering niet te besteden aan de zorgverlener, maar aan de zoon uit te betalen. Betrokkene heeft ook nog eens 1500 euro overgemaakt naar haar zoon toen het bewind al gestart was.

Betrokkene is wel aangemeld bij schuldhulpverlening, maar niet toegelaten omdat betrokkene de schuldenlast binnen 36 maanden zou kunnen afbetalen. Betrokkene is over 10 maanden klaar met het afbetalen van de schuld van ongeveer 6.000 euro. Als ze klaar is met het afbetalen wordt het een andere wereld voor betrokkene met 600 euro extra per maand.

Waar het hondje medicatie voor nodig heeft, daar is al lang goedkeuring voor gegeven. De bewindvoerder kan niet alle behandelingen toestaan gezien de schulden die gesaneerd moeten worden.

De bewindvoerder vindt dat de bejegening over en weer zakelijk en respectvol moet zijn. Als betrokkene met de bewindvoerder communiceert moet dat op basis van feiten zijn. De bewindvoerder kan de beweringen dan weerleggen met feiten. In dit geval gaat het om onbewezen verdachtmakingen.

De kantonrechter oordeelt als volgt.

De bewindvoerder heeft voorafgaande aan de zitting bezwaar gemaakt tegen de aanwezigheid van de door betrokkene aangezochte nieuwe bewindvoerder. De kantonrechter vermag niet in te zien waarom die niet aanwezig zou mogen zijn, aangezien betrokkene de aanwezigheid heeft goed gevonden.

Verder is gebleken dat de bewindvoerder geen gesprek heeft willen aangaan met de voorgestelde bewindvoerder, terwijl in paragraaf B.N5 van de Aanbevelingen meerderjarigenbewind, curatele en mentorschap staat dat de aangezochte bewindvoerder contact moet opnemen met de bestaande bewindvoerder om de wens van betrokkene om over te stappen naar een andere bewindvoerder te bespreken.

De bewindvoerder verwijt betrokkene dat die niet zakelijk en met onderbouwde feiten richting hem communiceert, maar zelf voelt hij zich aangevallen en bestrijdt hij fel de beschuldigingen. De bewindvoerder dient zich inderdaad zakelijk en professioneel op te stellen, maar van een betrokkene die onder bewind staat kan en hoeft niet hetzelfde verwacht te worden. Er is niet voor niets een beschermingsmaatregel. De kantonrechter begrijpt niet waarom de bewindvoerder zich zo fel verweert en tegelijkertijd bewindvoerder wenst te blijven. Het is duidelijk dat de relatie tussen beide partijen verstoord is. Daarmee zijn er gewichtige redenen om het ontslagverzoek van betrokkene te honoreren.

De kantonrechter zal de voorgestelde bewindvoerder benoemen, nu van bezwaren tegen deze benoeming niet is gebleken.

Ingevolge artikel 1:448 lid 1 aanhef en onder e van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt de kantonrechter dat het ontslag van de huidige bewindvoerder ingaat per 16 oktober 2026.

De kantonrechter benoemt de nieuwe bewindvoerder met ingang van dezelfde datum.

Het ontslag van de huidige bewindvoerder en de benoeming van de nieuwe bewindvoerder worden ingeschreven in het openbaar Centraal Curatele- en bewindregister.

Artikel delen