Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:20202

plakvovo - vovo afgewezen - gelet op uitkomst bodem wel pkv.

Rechtbank Den Haag 20 juli 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:20202 text/xml public 2026-07-20T17:11:21 2026-07-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-07-20 NL26.23179 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20202 text/html public 2026-07-20T17:09:29 2026-07-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:20202 Rechtbank Den Haag , 20-07-2026 / NL26.23179
plakvovo - vovo afgewezen - gelet op uitkomst bodem wel pkv.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.23179
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] verzoeker,
geboren op [geboortedatum],

van Nigeriaanse nationaliteit,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),

en
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. R.M. Koning).
Procesverloop
1. Bij besluit van 23 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met het beroep NL26.23178, op 16 juli 2026 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Ook is een tolk verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Omdat het samenhangende beroep gegrond is verklaard, krijgt verzoeker wel vergoeding van zijn proceskosten. Deze kosten bedragen € 934,-. De gemachtigde van eiser heeft namelijk een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
Beslissing
De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Artikel delen