ECLI:NL:GHDHA:2026:2557
Gerechtshof Den Haag 25 augustus 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2026:2557
text/xml
public
2026-08-25T09:30:29
2026-08-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
Gerechtshof Den Haag
2026-08-18
200.348.985/01
Uitspraak
Hoger beroep
NL
Den Haag
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2024:8598, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:2557
text/html
public
2026-08-13T15:09:46
2026-08-25
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:GHDHA:2026:2557 Gerechtshof Den Haag , 18-08-2026 / 200.348.985/01
Geschil over kwaliteit van een rapport van een particulier onderzoeksbureau naar aanleiding van een klokkenluidersmelding; voldaan aan klachtplicht; tekortkomingen; verzuim
GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.348.985/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/620638 / HA ZA 21-533
Arrest van 18 augustus 2026
in de zaak van
Restment B.V.,
gevestigd in Putten,
appellante,
advocaat: mr. L.P. Quist, kantoorhoudend in Dordrecht,
tegen
Stichting Limena,
gevestigd in Krimpen aan den IJssel,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A.J.C. van Bemmel, kantoorhoudend in Rotterdam.
Het hof noemt partijen hierna Restment en Limena.
1De zaak in het kort
1.1
Limena heeft Restment verzocht een onderzoek te doen naar een klokkenluidersmelding. Limena heeft de opdracht in fases verstrekt. De bevindingen van het onderzoek in fase 1 waren zodanig van aard, dat Restment Limena adviseerde om nader onderzoek te doen. Limena heeft aanvullend onderzoek opgedragen. Over de wijze waarop Restment vervolgens fase 2 van het onderzoek heeft uitgevoerd, is discussie ontstaan. Limena weigerde de facturen ter zake van die fase van onderzoek te voldoen en heeft de partiële ontbinding van de overeenkomst van opdracht ingeroepen.
1.2
In eerste aanleg heeft de rechtbank – na een deskundigenbericht – de bezwaren van Limena gehonoreerd, de overeenkomst gedeeltelijk ontbonden en de vordering tot betaling van de facturen afgewezen. Restment kan zich hierin niet vinden. Het hof verwerpt deze bezwaren en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.
2Procesverloop in hoger beroep
2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
de dagvaarding van 13 november 2024, waarmee Restment in hoger beroep is gekomen van de vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 23 maart 2022, 7 december 2022 en 4 september 2024;
het arrest van dit hof van 14 januari 2025, waarin een mondelinge behandeling is gelast (deze is niet gehouden);
de memorie van grieven van Restment, met bijlagen;
de memorie van antwoord van Limena, met bijlagen.
3Feitelijke achtergrond
3.1
De rechtbank heeft in het bestreden tussenarrest van 23 maart 2022 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Daartegen is niet gegriefd. Samengevat, en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, zijn de relevante feiten de volgende.
a. Restment is een recherche- en onderzoeksbureau dat is voorzien van een vergunning Particulier Onderzoeksbureau. Zij werkt als zodanig onder toezicht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Restment profileert zich met specifieke kennis op het gebied van onderzoek, veiligheid en risicoanalyse.
Limena is een instelling op reformatorische grondslag die zich bezighoudt met het huisvesten, verzorgen en opvoeden van schipperskinderen. Limena is ontstaan uit een fusie van drie internaten, te weten De Driemaster in Krimpen aan den IJssel, Eben-Haëzer te Dordrecht en (sinds 1 januari 2018) De Merwede te Werkendam.
Op 15 juni 2020 heeft een drietal medewerkers van de vestiging Krimpen aan den IJssel (De Driemaster) en Dordrecht (Eben-Haëzer) aan (de secretaris van) het bestuur van Limena een melding gedaan volgens de geldende klokkenluidersregeling. Deze melding had betrekking op
- een onveilige/onprofessionele cultuur
- tekortkomingen in aansturing en leidinggeven
- dubieuze aanbestedingen
- vermoeden van belangenverstrengeling bij sollicitatieprocedures
Limena heeft naar aanleiding van de melding Restment ingeschakeld om onderzoek te doen naar de melding.
Op 15 juli 2020 heeft Restment de opdracht aldus bevestigd:
“
1. Aanleiding
;
Drie werknemers van de Stichting Limena hebben, onder de klokkenluidersregeling een melding gedaan betreffende misstanden.
De melding is door de melders uitgewerkt in een brief gedateerd 15 juni 2010.
2. Onderzoeksopdracht
:
Stichting Limena verzoekt Restment haar te ondersteunen bij, en onderzoek te doen naar aanleiding van, deze melding.
3. Te verrichten onderzoek
:
Restment zal in eerste aanvang met de melders afzonderlijk een gesprek voeren. In dit gesprek wordt ingezoomd op de inhoud. motieven, achtergrond en onderbouwing van hun melding.
Interviews worden altijd algenomen door twee consultant van Restment B.V.
De informatie verkregen uit deze interviews wordt door de onderzoekers geanalyseerd en geobjectiveerd waarna Restment de opdrachtgever zal adviseren over een passend vervolgtraject, rekening houdend met geldende (interne) wet- en regelgeving en belangen van betrokkenen.
Aan het eind van het onderzoek wordt een rapportage opgeleverd (…)
(…)
5. Inzet Personen
Het onderzoek zal namens Restment B.V. worden uitgevoerd door [naam] Senior Onderzoeker in dienst bij Restment B.V.
(…)
7. Restment B.V.
(…) Het door Restment B.V. uit te voeren onderzoek wordt uitgevoerd onder de voor Restment B.V. geldende wettelijke verplichtingen zoals onder andere benoemd in de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus.
Op onze diensten zijn onze algemene voorwaarden van toepassing.
8. Uurtarief
:
Hel gehanteerde tarief per bedraagt € 165,00 exclusief btw per uur. Eventuele leges en andere kosten zullen aan het eind van het onderzoek in rekening worden gebracht.(…) De gemaakte uren worden aan het eind van elke maand in rekening gebracht.
De betalingstermijn van onze facturen betreft 30 dagen.”
Op 29 september 2020 heeft Restment aan de hand van een PowerPointpresentatie haar bevindingen gepresenteerd aan het bestuur van Limena. Restment rapporteerde onder andere een (vermoeden van) integriteitsschendingen ten aanzien van:
buitenterrein van De Driemaster door Hoven Landscaping,
belangenverstrengelingen,
gunnen van opdrachten aan familie en bekenden door MT-leden,
korting van Limena leveranciers op persoonlijke dienstverlening aan MT-leden,
medewerkers die privé werken voor MT-leden,
het aannemen van familie/vrienden als personeel.
De volgende issues signaleerde Restment met betrekking tot sociale (on)veiligheid:
door leidinggevenden communiceren over anderen/ toonzetting,
wijze van leidinggeven / leiderschap,
beïnvloeden van sollicitatieprocedures,
informatie lekken uit OR-vergadering,
begeleiding tijdens ziekteverzuim.
Restment adviseerde een feitenonderzoek naar vermoedelijke integriteitsschendingen en een signalenonderzoek naar sociale veiligheid,
met als doel:
inzicht in het feitencomplex,
normeren,
acteren.
Op 12 oktober 2020 heeft Restment een factuur gestuurd ter hoogte van € 16.188,29 gebaseerd op 89,75 bestede uren. Limena heeft deze factuur voldaan.
Op of omstreeks 22 oktober 2020 heeft Limena aan Restment een vervolgopdracht gegeven (verder: “de vervolgopdracht”). De opdrachtbevestiging bevat dezelfde verwijzing naar de van toepassing zijnde regelingen en dezelfde betalingsvoorwaarden. In de opdrachtbevestiging is verder onder meer opgenomen:
“
l. Aanleiding
:
Drie werknemers van Stichting Limena hebben onder de klokkenluidersregeling een melding gedaan betreffende misstanden. (…).
Op 29 september 2020 heeft Restment het bestuur van Stichting Limena geadviseerd met betrekking tot de behandeling van deze melding.
2. Onderzoeksopdracht
:
Stichting Limena verzoekt Restment haar werkzaamheden voort te zetten door een feitenonderzoek uit te voeren naar aanleiding van de in de melding benoemde mogelijke integriteitsissues; een signalenonderzoek uit te voeren naar de blijvende sociale veiligheid binnen de Limena organisatie: ondersteuning te verzorgen op het gebied van (crisis)communicatie en woordvoerderschap.
3.
Te verrichten onderzoek
Restment zal op 28 en 29 oktober 2020 gesprekken voeren met het CMT (Centraal Management Team, hof) en LMT (Lokaal Management Team, hof) van de drie vestigingen.
Interviews worden altijd afgenomen door twee consultants van Restment B.V.
De informatie verkregen uit deze interviews wordt door dc onderzoekers geanalyseerd en vormt mede de basis voor het verdere onderzoek.
Aan het eind van het onderzoek wordt een rapportage opgeleverd onder de volgende disclaimer (…)
9. Uurtarief
Senior Onderzoeker € 165,00 exclusief btw per uur
(…)
In de bijlage is een prognose opgenomen voor de uren van het feitenonderzoek. Deze prognose betreft een ruime schatting waaraan geen rechten kunnen worden ontleend. In de prognose zijn enkel de uren van Restment opgenomen en niet de uren en kosten van in te huren experts voor het grondonderzoek."
Bij deze opdrachtbevestiging was – op verzoek van Limena – een uitgewerkte urenprognose gevoegd die sloot op 291 uur.
i. Restment heeft in het kader van de uitvoering van de vervolgopdracht onder meer 40 gesprekken gevoerd met 22 personen, een indicatief bodemonderzoek laten uitvoeren en een rapportage opgesteld.
Op 27 januari 2021 heeft Restment aan Limena een factuur, voorzien van een specificatie van de kosten, gestuurd ten bedrage van € 22.102,16, met als vervaldatum 10 februari 2021.
Op 5 februari 2021 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen partijen over de bevindingen. Daarbij waren namens Limena zowel de voorzitter als de secretaris aanwezig. Door middel van een PowerPointpresentatie is een aantal voorlopige uitkomsten gedeeld. Op initiatief van Restment was bij deze bijeenkomst ook mr. Klaassen aanwezig om Limena te adviseren. Het gesprek is onprettig verlopen. Limena toonde zich kritisch.
Op 8 februari 2021 heeft Restment met de voorzitter van Limena de vooraf toegezonden conceptrapportage besproken.
Op 22 februari 2021 heeft Restment haar rapport aan het bestuur uitgebracht. In dit rapport concludeert Restment onder meer dat op basis van de melding van de klokkenluiders en op basis van de definitie van een misstand zoals wordt aangegeven door het Huis voor Klokkenluiders, niet kan worden geconcludeerd dat er sprake is van misstanden. Wel maakt Restment melding van een aantal bevindingen naar aanleiding waarvan zij een aantal verbeteringsadviezen geeft.
Op 24 februari 2021 heeft Restment aan Limena een factuur, voorzien van een kostenspecificatie, ten bedrage van € 17.564,66 gestuurd met een betalingstermijn van veertien dagen na factuurdatum.
Bij e-mailbericht van 11 maart 2021 schreef Limena onder meer het volgende aan Restment:
“Inmiddels hebben wij de Restment eindrapportage m.b.t. het feitenonderzoek en enkele facturen ontvangen.
We zullen de integrale inhoud van de rapportage op korte termijn binnen het bestuur bespreken.
De eerste kennisname heeft bij ons een aantal vragen opgeroepen over het gevolgde traject (wijze van uitvoering), over (opgenomen en ontbrekende) informatie en of deze rapportage ook aansluit bij wat Limena redelijkerwijs mocht verwachten.
We zullen hierop zo snel als mogelijk bij u terugkomen en vragen u vriendelijk het dossier nog niet te sluiten.”
Op 31 maart 2021 heeft Restment Limena verzocht om binnen veertien dagen op het rapport te reageren en de openstaande facturen (de facturen van 27 januari 2021 en 24 februari 2021) binnen vijf dagen te voldoen, bij gebreke waarvan de vordering uit handen zal worden gegeven.
Bij brief van 12 april 2021 heeft Limena Restment bericht dat zij – bij een eerste inhoudelijke bespreking van het rapport door het bestuur – ernstige tekortkomingen heeft geconstateerd ten aanzien van de uitvoering van het onderzoek en de motivering van de uitkomsten daarvan. In de brief staat onder meer:
“Limena heeft Restment opdracht gegeven om een feitenonderzoek uit te voeren. Het rapport blijkt echter grotendeels te bestaan uit de vastlegging van beweringen die in interviews door CMT+ leden zijn gedaan. Beweringen die niet nader zijn onderzocht en op juistheid zijn gecheckt, zijn echter geen feiten. Echt feitenonderzoek is slechts zeer beperkt uitgevoerd. Er is dus niet voldoende gedaan waartoe opdracht is gegeven.
De conclusie van Restment dat het onderzoek niet heeft aangetoond dat er sprake is van misstanden binnen Limena, is gezien de inhoud van het rapport, het fragmentarische, het onvolledige karakter en de wijze van het onderzoek prematuur en alleen daarom al onvoldoende gemotiveerd en dragend.
(…) De verklaringen van melders m.b.t. tot de onderdelen van het concept-rapport waarover zij zijn geïnformeerd, zijn geen onderdeel van het rapport. In de verklaringen wordt niet concreet en specifiek naar het rapport verwezen. Evenmin wordt in het rapport concreet en specifiek naar de verklaringen
verwezen. Deze verklaringen zijn ook niet in het Overzicht bijlagen vermeld. Dit betekent dat deze verklaringen de facto de status van 'side letter' hebben gekregen.
Restment heeft geen concept-versie van het rapport met de voorzitter en secretaris besproken. Dit betekent dat de bestuursleden die in het rapport met functie danwel met naam worden genoemd, geen gelegenheid is geboden, hun zienswijze op de betreffende passages in het rapport met Restment te delen. Dit is procedurele omissie in het rapportageproces.
Wij achten dat met het vorenstaande meer dan voldoende is aangetoond dat Restment bij de uitvoering van het onderzoek en de rapportage van de onderzoeksuitkomsten niet de deskundigheid, zorgvuldigheid en professionele attitude heeft laten zien die het bestuur van een onafhankelijk en professioneel onderzoeksbureau mocht verwachten. Dit betekent dat het bestuur tot haar grote
teleurstelling nu een rapport heeft ontvangen dat niet de kwaliteit en objectiviteit, en daarom ook niet de relevantie heeft, waarvan het bestuur op voorhand mocht uitgaan. Tussen de kosten en de kwaliteit van het onderzoek bestaat een volstrekte onbalans.”
Restment heeft bij e-mail van 21 april 2021 gereageerd. In essentie hield de reactie in dat zij zich niet in de kritiek herkende.
Bij brief van 22 april 2021 van haar advocaat heeft Restment Limena gesommeerd tot betaling van haar facturen van 27 januari en 24 februari 2021 van in totaal € 39.671,82 in hoofdsom, vermeerderd met rente en kosten.
Bij brief van 12 mei 2021 van haar advocaat heeft Limena op de sommatiebrief van Restment gereageerd. In de brief staat onder meer:
“
Intro
./. Het riep bij cliënte de nodige verbazing op dat u in uw laatste schrijven enkel sommeert om tot voldoening van een factuur over te gaan. Mogelijk heeft uw cliënte u niet geïnformeerd over de inhoudelijke discussie die tussen partijen is ontstaan over de wijze waarop het onderzoek in opdracht van Limena is verricht en de wijze waarop deze is teruggekoppeld. Het lijkt er (zo) op dat uw cliënte u niet heeft geïnformeerd over de brief van 12 april jl. waarin zij in de richting van Restment bezwaren hebben geformuleerd tegen de totstandkoming en de gebrekkige motivering van het Restmentrapport, het schrijven van 4 pagina’s voeg ik bij (bijlage 1).
./. Op 21 april jl. heeft Restment hierop gereageerd. Een kopie daarvan voeg ik bij (bijlage 2).
Bezwaren
Cliënte kan geen andere conclusie trekken dan dat Restment niet, in ieder
geval niet volledig heeft voldaan aan hetgeen Limena heeft opgedragen en
waartoe zij zich jegens Limena heeft verplicht. Helaas heeft Restment bij de
uitvoering van het onderzoek in de rapportage van de onderzoeksuitkomst
niet de deskundigheid, zorgvuldigheid en professionele attitude laten zien
die Limena van een onafhankelijk en professioneel onderzoeksbureau mocht
verwachten.
(…)
Cliënte leidt uit uw reactie af dat Restment niet bereid is om de gebreken te
erkennen en te verhelpen. (…)
Vervolg
Cliënte is bereid tot een gesprek om te komen tot een financiële afwikkeling
die correspondeert met het werk dat nu is geleverd. Indien uw cliënte daartoe
ook bereid is, zie ik graag enkele data-voorstellen tegemoet. Alhoewel
partijen stevig van mening verschillen is het altijd de moeite waard om te
bezien of partijen een oplossing zouden kunnen vinden.
Tot een minnelijk overleg is het niet gekomen. Limena heeft de facturen niet voldaan.
Op 22 juni 2021 heeft Restment aan Limena een factuur verstuurd van € 7.638,-.
4Procedure bij de rechtbank
4.1
Restment heeft Limena gedagvaard en – na vermeerdering van eis – zakelijk weergegeven gevorderd:
de tussen partijen bestaande overeenkomst van 22 oktober 2020 gedeeltelijk te ontbinden voor zover geoordeeld zou worden dat Restment hierbij een bindende prognose omtrent de kosten zou hebben verstrekt;
Limena te veroordelen veroordeelt tot betaling van
- een bedrag van € 39.671,82 in hoofdsom, vermeerderd met rente vanaf vervaldata van de facturen,
-een bedrag van € 7.638,- te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 6 juli 2021,
- een bedrag van € 1.171,72 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 juni 2024;
Limena te veroordelen in de kosten van de procedure, waaronder de kosten van beslaglegging en de nakosten.
4.2
Restment legde aan haar vordering ten grondslag dat zij in opdracht van Limena werkzaamheden heeft verricht en dat Limena toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de vervolgopdracht door de openstaande facturen van 27 januari 2021 en 24 februari 2021 ten bedrage van € 22.102,16 respectievelijk € 17.569,66 onbetaald te laten. Daarnaast stelde Restment dat Limena eveneens gehouden is tot betaling van een bedrag van € 7.638,- voor de na 22 februari 2021 verrichte (en op 22 juni 2021 gefactureerde) werkzaamheden op grond van de vervolgopdracht van 22 oktober 2020, dan wel op grond van de voortgezette overeenkomst van 11 maart 2021 die in de e-mail van Limena van 11 maart 2021 besloten ligt. Subsidiair stelde zij dat dit bedrag als schadevergoeding gevorderd kan worden op grond van wanpresteren van Limena, nu zij zich niet als goed opdrachtgeefster heeft gedragen, waardoor zij gehouden is om de door Restment geleden schade – die gelijk is aan de verrichte werkzaamheden – te vergoeden.
4.3
Limena voerde gemotiveerd verweer tegen de vorderingen van Restment en vorderde op haar beurt in reconventie, eveneens, zakelijk weergegeven na vermeerdering van eis, een verklaring voor recht dat:
- Restment tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenissen jegens Limena;
- primair te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen partijen is ontbonden, althans deze te ontbinden, en Restment te veroordelen een bedrag van € 50.980,33 vermeerderd met rente terug te betalen, althans
- subsidiair te verklaren voor recht de overeenkomst tussen partijen partieel is ontbonden, althans deze partieel te ontbinden, en de rechtsgevolgen op zodanige wijze vast te stellen dat Limena voor de werkzaamheden van Restment verschuldigd is hetgeen Limena tot op 4 augustus 2021 aan Restment heeft voldaan en Limena niet is gehouden de facturen van Restment van 27 januari 2021 en 24 februari 2021 te voldoen;
met veroordeling van Restment in de kosten en nakosten van de procedure.
4.4
Limena legde aan haar vordering, verkort weergegeven, ten grondslag dat Restment toerekenbaar tekortgeschoten is in de uitvoering van de vervolgopdracht, omdat zij niet heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam opdrachtnemer mocht worden verwacht en dat zij als gevolg van deze tekortkoming de overeenkomst partieel ontbindt, met bepaling dat de rechtsgevolgen daarvan zijn dat voor de rapportage zoals die er nu ligt, het bedrag verschuldigd is zoals dat tot op heden is voldaan en Limena niet meer gehouden is om de laatste twee facturen te voldoen.
4.5
De rechtbank heeft bij het bestreden tussenvonnis van 23 mei 2022 – voor zover in hoger beroep nog van belang – geoordeeld dat Limena aan haar klachtplicht heeft voldaan, en dat de kern van het geschil is of Restment haar werkzaamheden als goed opdrachtnemer heeft uitgevoerd en (dus) recht heeft op betaling daarvan. Daarbij heeft de rechtbank als maatstaf aangehouden dat de opdrachtnemer de zorgvuldigheid dient te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht en dat wat dit in het concrete geval betekent afhankelijk is van de omstandigheden. Deze zorgplicht ziet aldus de rechtbank niet alleen op de uit te voeren werkzaamheden, maar ook op de belangen van de opdrachtgever. Dit betekent dat Restment had moeten waarschuwen dat een forse overschrijding van haar prognose ten aanzien van de uren dreigde (uiteindelijk 171 uur meer dan de geprognosticeerde 291 uur) en Limena hierover tijdig had moeten informeren. Het ligt op de weg van Restment om aan te tonen dat zij aan deze verplichting heeft voldaan. Ten aanzien van de kwaliteit en inhoud van de door Restment verrichte werkzaamheden oordeelde de rechtbank dat zij behoefte had aan deskundig advies.
4.6
Bij tussenvonnis van 7 december 2022 heeft de rechtbank drs. M. Westerhoud, verbonden aan Ebben Partners B.V. (verder: de deskundige) als deskundige benoemd en hem verzocht de volgende vragen te beantwoorden:
voldoet het door Restment opgeleverde rapport aan de in de branche gebruikelijke en daarmee voor Limena te verwachten kwaliteitsnorm?
zijn de door Restment opgegeven en gemaakte uren in het kader van de opdracht in redelijkheid gemaakt?
heeft Limena de door haar in rekening gebrachte uren voldoende verantwoord?
4.7
Nadat de deskundige zijn advies had uitgebracht, heeft de rechtbank in het bestreden eindvonnis van 4 september 2024 de vorderingen van Restment afgewezen en de vordering van Limena toegewezen, in die zin dat de tussen partijen gesloten overeenkomst gedeeltelijk is ontbonden, te weten voor zover deze ziet op andere werkzaamheden dan het houden en uitwerken van de interviews. Mede gelet op de grove overschrijding van de geprognosticeerde uren oordeelde de rechtbank dat Restment geen recht heeft op verdere betaling in aanvulling op de reeds door Limena betaalde facturen. Restment werd in de kosten van de conventie veroordeeld, de kosten van de reconventie werden gecompenseerd.
5Vordering in hoger beroep
5.1
Restment vordert hetzelfde als bij de rechtbank: zij vordert de vernietiging van de bestreden vonnissen, toewijzing van haar inleidende vorderingen en afwijzing van de vorderingen van Limena, met veroordeling van Limena tot terugbetaling van hetgeen zij uit hoofde van het bestreden vonnis aan Limena heeft voldaan, vermeerderd met de wettelijke handelsrente.
5.2
Restment heeft dertien bezwaren tegen het vonnis van de rechtbank, die zien kort gezegd en achtereenvolgend op het volgende: de rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat Limena de klachtplicht niet heeft geschonden (grief 1); en de “ruime schatting” opgevat als een prognose die aan de ruime kant is (grief 2); ten onrechte heeft de rechtbank geoordeeld dat de zorgplicht van de opdrachtnemer met zich brengt dat Restment moet aantonen dat zij aan haar waarschuwingsplicht ten aanzien van de overschrijding van de geprognosticeerde tijdsbesteding heeft voldaan, Limena heeft immers ook een eigen verantwoordelijkheid (grief 3), ten onrechte heeft de rechtbank de benoeming van een deskundige noodzakelijk geacht, uitgangspunt is dat de rechtbank zelf oordeelt (grief 5); ten onrechte heeft de rechtbank drs. M. Westerhoud als deskundige benoemd (grief 6-1) en hem gevraagd of het door Restment opgeleverde rapport voldoet aan de in de branche gebruikelijke en daarmee voor Restment te verwachten kwaliteitsnorm (grief 6-2); ten onrechte heeft de rechtbank de conclusie van de deskundige gevolgd (grief 7) en geoordeeld dat de bevindingen en conclusie van Restment onvoldoende zijn geweest (grief 8). Verder heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat Restment in verzuim verkeerd (grief 9) en geoordeeld dat de tekortkomingen de gedeeltelijke ontbinding rechtvaardigen (grief 10). Ook heeft de rechtbank ten onrechte meegewogen dat Restment niet uitdrukkelijk en uit eigen beweging de overschrijding van de prognose heeft aangekaart (grief 11), de betaling van de factuur van 22 juli 2021 afgewezen (grief 12), en geoordeeld dat Restment geen recht heeft op verdere betaling (grief 13).
6Beoordeling in hoger beroep
6.1
Het hof zal de grieven per onderwerp behandelen.
Klachtplicht
6.2
Restment is van mening dat de rechtbank ten onrechte haar beroep op het schenden van de klachtplicht heeft verworpen. Zij stelt dat het recht van Limena om te klagen over tekortkomingen is vervallen, omdat Limena niet aan haar klachtplicht heeft voldaan. Limena heeft immers eerst zeven weken na het uitbrengen van het rapport geklaagd, terwijl Restment op grond van art. 23a van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureau’s (WPBR) verplicht is tot het hebben van een Privacy Gedragscode die in art. 11 verplicht tot een klachtenregeling met een vervaltermijn van zes weken. Het feit dat Limena gedetailleerd heeft gereageerd, maakt dit niet anders. Restment stelt dat zij er na zes weken op mocht vertrouwen dat de rapportage akkoord was bevonden. De verweren en vorderingen van Limena moeten daarom worden afgewezen.
6.3
Het hof overweegt dat het Restment niet kan volgen in haar stelling dat zij op grond van art. 23a WPBR jo art. 11 van de Privacy Gedragscode verplicht is tot het hebben van een klachtenregeling met een vervaltermijn van zes weken en dat dus het recht van Limena om te klagen over gebreken in de prestatie is vervallen. De in de Privacy Gedragscode genoemde klachtregeling ziet op klachten van een onderzochte persoon die van mening is dat een particulier onderzoeksbureau heeft gehandeld in strijd met de gedragscode en/of de AVG. De directeur van het onderzoeksbureau dient op een dergelijke klacht binnen zes weken te beslissen. Dat is een heel andere kwestie dan de klachtplicht van art. 6:89 BW met betrekking tot gebrekkige prestaties.
6.4
Volgens vaste jurisprudentie over de klachtplicht van art. 6:89 BW geldt dat de klager binnen bekwame termijn moet klagen, en dat de vraag wat bekwame tijd is moet worden beoordeeld onder afweging van alle betrokken belangen en met inachtneming van alle relevante omstandigheden. Van veel gewicht is of het belang van de schuldenaar is geschaad als het gevolg van het verstrijken van de tijd totdat tegen de afwijking is geprotesteerd. Als zijn belangen niet zijn geschaad, zal er niet snel reden zijn om de klachtplichtige partij gebrek aan voortvarendheid te verwijten. Daargelaten dat Limena Restment al op 11 maart 2021 heeft gewaarschuwd voor tekortkomingen en dat de bestudering van het rapport enige tijd in beslag neemt, heeft Restment niet gesteld dat zij in haar rechtmatige belangen is geschaad. Dit betekent dat het beroep op de klachtplicht faalt.
Is sprake van tekortkomingen?
6.5
De rechtbank heeft terecht overwogen dat voor de beantwoording van de vraag of sprake is van tekortkomingen, als maatstaf heeft te gelden of de opdrachtnemer de zorgvuldigheid heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat het gelet op het partijdebat dienstig is dat zij zich laat adviseren door een deskundige ten aanzien van de vraag of gelet op deze maatstaf sprake is van tekortkomingen zowel op het gebied van het onderzoek en het rapport, als ten aanzien van de uren. De grief van Restment dat de benoeming van een deskundige ten onrechte was, omdat het uitgangspunt is dat de rechtbank zelf oordeelt, faalt. De gedachte dat een rechter niet meer zelf beslist als hij een of meer deskundigen benoemt om hem te adviseren is onjuist. Ook dan beslist de rechter helemaal zelf. Het is aan de rechter om te beslissen of (nadere) deskundige voorlichting wenselijk of noodzakelijk is voordat de rechter tot de beslissing komt.
6.6
De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het aantal deskundigen, de benodigde expertise en de persoon van de te benoemen deskundige(n) en de aan deze voor te leggen vragen. Restment heeft van de geboden gelegenheid gebruik gemaakt, waarna de rechtbank bij tussenvonnis van 7 december 2022 de heer drs. M. Westerhoud, verbonden aan Ebben Partners te Hilversum, als deskundige heeft benoemd. De benoeming van de deskundige is geschied – zo vermeld het vonnis expliciet – met instemming van partijen. Restment heeft dit niet weersproken. Gelet op deze instemming kan Restment geen bezwaar meer maken tegen de persoon van de deskundige. Van Restment had immers verwacht mogen worden dat zij – indien zij meende dat Westerhout overgekwalificeerd was – dit kenbaar had gemaakt aan de rechtbank toen haar daarom werd gevraagd. De omstandigheid dat Restment het niet eens is met de inhoud van zijn advies, omdat zij van mening is dat de deskundige de lat voor haar te hoog heeft gelegd, maakt dat niet anders. Dit vormt in ieder geval geen reden om het rapport terzijde te stellen. De omstandigheid dat vrijwel alle medewerkers van Ebben Partners universitair geschoold zijn, leidt niet automatisch tot de conclusie dat de deskundige geen kennis heeft van het marktsegment waarin Restment zich begeeft en zich geen oordeel kan vormen over de werkzaamheden van Restment, zoals door Restment gesteld. Daarbij is verder van belang dat de rechtbank de deskundige niet heeft gevraagd of het rapport van Restment voldoet aan de standaard die Ebben Partners hanteert, maar of het rapport voldoet aan de in de branche gebruikelijk kwaliteitsnorm.
- Het deskundige bericht in het kort
6.7
De deskundige is zijn rapport gestart met een toelichting op een aantal begrippen en gebruiken uit de branche van particulier onderzoek:
6.8
De deskundige licht het verschil tussen persoonsgericht onderzoek en signalenonderzoek – zakelijk weergegeven – als volgt toe:
Een persoonsgericht onderzoek is een onderzoek waarvan het object bestaat uit het functioneren, handelen of nalaten van handelen van een persoon. Een persoonsgericht onderzoek vindt doorgaans plaats om af te wegen of er persoonsgerichte maatregelen moeten worden genomen. Verklaringen zijn niet-anoniem en hoor- en wederhoor van personen over wie is verklaard en gerapporteerd is noodzakelijk.
Een signalenonderzoek is een onderzoek naar sociale veiligheid. Een signalenonderzoek is erop gericht om af te wegen of er organisatorische maatregelen nodig zijn. Het kan niet worden gebruikt voor nemen van persoonsgerichte maatregelen. Deelname aan een signalenonderzoek is doorgaans op anonieme basis.
6.9
De term feitenonderzoek wordt volgens de deskundige in de branche niet eenduidig gebruikt: de een gebruikt deze term voor zuiver cijfermatige analyses, de ander gebruikt het als synoniem voor persoonsgericht onderzoek.
6.10
Het is volgens de deskundige erg ongebruikelijk een persoonsgericht / feitenonderzoek enerzijds en een signalenonderzoek anderzijds te combineren, omdat deze een andere insteek van het onderzoek vergen (anoniem versus niet anoniem, aansprakelijkheid voor verklaringen, breedte van de kring van personen die wordt geïnterviewd, recht op wederhoor van personen over wie er is verklaard en gerapporteerd).
6.11
De deskundige merkt vervolgens op dat het in de branche gebruikelijk is met de opdrachtgever te bespreken wat het doel van het onderzoek is, met andere woorden: wat de opdrachtgever hoopt te bereiken met de inzet van het onderzoeksmiddel en wat hij met de resultaten daarvan gaat doen.
6.12
De opdrachtgever mag vervolgens van het onderzoeksbureau verwachten dat het rapport dat is uitgebracht i) bruikbaar is voor het doel dat is beschreven, ii) de onderzoeksvragen die zijn overeengekomen op onderbouwde wijze (in voldoende mate gedragen door de bevindingen) beantwoordt, en dat iii) binnen de vooraf beschreven scope van het onderzoek.
6.13
Ten aanzien van de verantwoording van uren merkt de deskundige op dat het in de branche niet gebruikelijk is om te werken met vaste begrotingen en budgetten voor onderzoek, omdat het in de regel niet mogelijk is om vooraf een inschatting te maken van de aard en ernst van de bevindingen. Daarom start een onderzoeksbureau vaak met een eerste fase waarin een verkennend onderzoek wordt uitgevoerd naar de te onderzoeken kwestie(s). Deze fase bevat een aantal concrete werkzaamheden waarvan de kosten goed te ramen zijn. Vervolgens maakt het onderzoeksbureau een plan van aanpak voor een vervolgonderzoek, met daarin een aantal expliciete werkzaamheden, waarvan een kostenraming wordt gemaakt. Met de opdrachtgever wordt doorgaans afgesproken dat tijdig (voor het overschrijden van de kostenraming) afstemming plaatsvindt over een eventuele overschrijding van deze raming. Dat kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van extra werkzaamheden of van een uitloop van de verwachte werkzaamheden die bij de raming wel in acht waren genomen. Bij werkzaamheden die ingrijpend afwijken van het initiële plan of de opdracht is het gebruikelijk dat hiervan een aanvullende kostenraming wordt gemaakt.
6.14
Bij de beantwoording van de door de rechtbank gestelde vragen stelt de deskundige vast dat Restment eerst een verkennend onderzoek heeft uitgevoerd, waarvan het de resultaten op 29 september 2020 heeft teruggekoppeld aan het bestuur van Limena. Aan de hand van haar onderzoek (gevoerde gesprekken met de melders en een vierde persoon) heeft Restment vastgesteld dat sprake is van twee categorieën van meldingen. Allereerst is er sprake van een (vermoeden van) integriteitsschendingen (belangenverstrengeling, onrechtmatige persoonlijke bevoordeling, vriendjespolitiek), ten tweede is tijdens de gesprekken aan de orde gekomen dat sprake is van sociale onveiligheid, door onder meer intimidatie door leidinggevenden, negatieve communicatie en roddelen en het onzorgvuldig omgaan met vertrouwelijke informatie. Restment heeft geadviseerd twee onderzoeken uit te voeren en daarover twee rapportages uit te brengen, ten eerste een “feitenonderzoek” naar de vermoedelijke integriteitsschendingen en ten tweede een “signalenonderzoek” naar de beweerde sociale onveiligheid, inclusief advies. De vervolgopdracht van 22 oktober 2020 ziet op het feitenonderzoek.
6.15
De deskundige stelt vast dat niet uit de opdrachtbevestigingen, en ook niet uit het onderzoeksrapport van 22 februari 2021 van Restment duidelijk wordt wat het doel van Limena met het onderzoek is. Uit niets blijkt concreet dat Restment met Limena heeft besproken wat zij hoopt te bereiken met de het onderzoek door Restment en wat zij voornemens is met de resultaten daarvan te doen. Dit (plus een aantal andere door de deskundige geconstateerde tekortkomingen, zie hierna) heeft volgens de deskundige geleid tot een rapport waarvan niet duidelijk is waarvoor Limena het zou kunnen gebruiken. Er zijn onvoldoende (onderbouwde) bevindingen om persoonlijke maatregelen te nemen, er is onvoldoende uit gerechercheerd om te kunnen concluderen dat er geen sprake is van onregelmatigheden en de (ongevraagde) adviezen zijn te algemeen van aard om organisatorische maatregelen te nemen.
6.16
De deskundige is van mening dat tijdens het onderzoek van Restment uit een aantal interviews is gebleken dat binnen Limena sprake is van mogelijke onregelmatigheden. Zo zou er mogelijk sprake zijn van belangenverstrengeling bij de opdrachtverstrekking aan externen, onverklaarde forse budgetoverschrijdingen en mogelijke privébevoordeling door het in privé inschakelen van zakelijke leveranciers tegen onzakelijke voorwaarden (zwarte betaling, korting). Gezien de ernst van de mogelijke integriteitsissues lag nader onderzoek voor de hand.
6.17
Volgens de deskundige zou een nadere financiële analyse van de in privé uitgevoerde werkzaamheden door leveranciers van Restment een licht kunnen werpen op de vraag of deze werkzaamheden tegen zakelijke voorwaarden zijn verricht. Voorts zou uit gericht onderzoek in de zakelijke e-mailcorrespondentie van betrokkenen uit de correspondentie met leveranciers kunnen blijken of er sprake is van een onzakelijke vermenging van zakelijk en privé. Er staan de particulier onderzoeker voldoende technische instrumenten ter beschikking om de inbreuk op de privacy van betrokkenen tot een (aanvaardbaar) minimum te beperken.
6.18
De deskundige benoemt dat Restment in haar rapport onder de conclusie aangeeft dat nader onderzoek niet zou voldoen aan de voorwaarden van proportionaliteit en subsidiariteit, zonder toelichting hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
6.19
De deskundige constateert verder dat een analyse van de forse overschrijding van een in de rapportage beschreven project ontbreekt. Hoewel de onderzoekers aangeven dat een kant en klaar dossier ten behoeve van de analyse ontbreekt, geven zij niet aan of er aanvullend onderzoek is verricht om voldoende informatie te vergaren om alsnog een daadwerkelijke analyse te maken. Ook blijkt uit het rapport dat degene die dit project destijds namens Limena heeft begeleid, niet door Restment is geïnterviewd. De deskundige meent, zo begrijpt het hof, dat dit wel had mogen worden verwacht.
6.20
De deskundige merkt verder op dat het leeuwendeel van de werkzaamheden van Restment heeft bestaan uit het voeren van interviews. Dit is – ook volgens de deskundige – een belangrijk en krachtig instrument bij het uitvoeren van onderzoek. De deskundige constateert echter dat Restment de resultaten van deze interviews ongefilterd, zonder duidelijke samenhang en zonder inhoudelijke analyse, duiding en structurering in de rapportage heeft opgenomen. Dit heeft erin geresulteerd dat de inhoud van de gerapporteerde onderwerpen sterk anekdotisch van aard is. Het is voor de deskundige daarom niet mogelijk om de gedachtegang te volgen vanuit de bevindingen naar de analyse en de conclusies die er aan het eind van het rapport worden getrokken.
6.21
De deskundige is op grond hiervan van mening dat dat de conclusies van Restment in onvoldoende mate beschikken over een deugdelijke grondslag.
6.22
Verder schort het volgens de deskundige bij het onderzoek door Restment aan wederhoor. De deskundige schrijft hierover:
“Een van de basisbeginselen van het uitvoeren van deugdelijk onderzoek is het geven van de gelegenheid van wederhoor. Zeker als er sprake is van bevindingen die betrekking hebben op het handelen en nalaten van personen, mag dit in een onderzoek niet ontbreken. Uit de bevindingen van Restment blijkt dat er sprake van dergelijke bevindingen. De aantijgingen van de melders hebben betrekking op de suggestie dat persoonlijke, privé gedreven motieven van bepaalde personen een rol hebben gespeeld bij het maken van onzakelijke afspraken in het nadeel van Limena. Verschillende bevindingen uit de interviews hebben onderdelen van deze aantijgingen bevestigd. Los van het hiervoor gemaakte punt dat nader onderzoek hiernaar op zijn plaats was geweest, mag in dergelijke gevallen wederhoor niet ontbreken.
Door de wijze van rapporteren van Restment is niet duidelijk of er wederhoor heeft plaatsgevonden, wie daartoe in de gelegenheid is gesteld, op welke wijze dat is ingericht, welke bevindingen de gewederhoorde partij zijn voorgelegd, wat de reactie daarop was en op welke wijze deze in de rapportage zijn verwerkt. Het woord 'wederhoor' komt in de rapportage niet voor.
Door deze werkwijze blijft een aantal aantijgingen en bevindingen 'in de lucht hangen', terwijl deze wel de integriteit raken van personen die in de rapportage met naam en toenaam worden genoemd. Naar mijn oordeel is dat een ernstige tekortkoming in het rapport van Restment.
6.23
Dit alles leidt ertoe dat de deskundige de aan hem gestelde vraag 1 vervolgens als volgt beantwoord:
“8.1 Vraag 1 - Kwaliteit opgeleverde rapportage?
(…)
Op basis van het in hoofdstuk 7 opgenomen feitencomplex en mijn beschouwing ben ik van oordeel dat het door Restment opgeleverde rapport niet aan de in de branche gebruikelijke kwaliteitsnorm voldoet:
1. Restment heeft zich niet aan de onderzoeksopdracht gehouden
a. Onderwerpen van signalenonderzoek onderzocht in een feitenonderzoek
b. Onderzoek gedaan naar 'misstanden' in plaats van onregelmatigheden c.q.
integriteitsissues en daarop ook de conclusies toegesneden
c. Uitbrengen van adviezen in een rapport van een feitenonderzoek
2. Restment heeft de bevindingen onvoldoende uitgerechercheerd
3. In de rapportage van Restment is niet duidelijk waarop zij haar conclusies baseert - er is geen sprake van een deugdelijke grondslag
4. Uit de rapportage blijkt niet of, en op welke wijze er wederhoor is gepleegd en hoe deze in de rapportage is verwerkt
6.24
Restment kan met het deskundigenbericht en deze conclusies niet instemmen. Zij meent dat een juiste beoordeling van haar rapport eerst kan plaatsvinden nadat zij in de gelegenheid is geweest tot het geven van een mondelinge toelichting. Verder verwijst zij naar een op haar verzoek uitgebracht partijdeskundigenrapport van I. Heintzberger van Shetect.
6.25
Het hof onderschrijft de bevindingen van de deskundige. Het – mager onderbouwde – partijdeskundigerapport van Shetect kan daaraan niet afdoen.
6.26
Ook naar het oordeel van het hof is het doel van de vervolgopdracht niet duidelijk. Tijdens de PowerPointpresentatie op 29 september 2020 heeft Restment niet concreet toegelicht waarom zij adviseerde een feitenonderzoek te starten naar vermoedelijke integriteitsschendingen en een signalenonderzoek naar sociale veiligheid en deze niet gelijktijdig maar na elkaar uit te voeren. Het doel voor beide onderzoeken zou gelijk zijn, te weten “inzicht in feitencomplex, normeren en acteren”, maar Restment heeft niet goed uitgelegd en toegelicht wat zij daarmee bedoelt.
6.27
Naar het oordeel van het hof ligt het in de rede te veronderstellen dat het doel van het hier in geding zijnde feitenonderzoek naar de vermeende integriteitsschendingen (belangenverstrengeling bij de opdrachtverstrekking aan externen, onverklaarde forse budgetoverschrijdingen en mogelijke privébevoordeling door het in privé inschakelen van zakelijke leveranciers tegen onzakelijke voorwaarden) was om helder te krijgen of in verband hiermee persoonsgerichte maatregelen aangewezen waren tegen een of meer LMT-leden. Maar als dat het doel was, dan schiet het onderzoek in dit opzicht tekort, omdat het onvoldoende (onderbouwde) bevindingen bevat om persoonsgerichte maatregelen te nemen, terwijl eveneens onvoldoende is onderzocht om te kunnen concluderen dat er geen sprake is geweest van onregelmatigheden.
6.28
Gezien de ernst van die issues had ook naar het oordeel van het hof nader onderzoek voor de hand gelegen. Dit klemt te meer, omdat het bestuur kennelijk al eerder bekend was geworden met het feit dat LMT-leden soms ook privé contracteerden met relaties van Limena, terwijl het bestuur ook bekend was met het feit dat het sollicitatieproces niet altijd gestructureerd en transparant verliep. Het feit dat het bestuur desondanks akkoord is gegaan met nader feitenonderzoek door Restment, duidt erop dat dit onderzoek tot doel had meer duidelijkheid verkrijgen over de ernst hiervan zodat zo nodig passende maatregelen konden worden getroffen tegen de betrokken LMT-leden. Restment heeft niet weersproken dat nader onderzoek, zoals door de deskundige genoemd, mogelijk was. Dat en waarom dit onderzoek niet zou voldoen aan de voorwaarden van proportionaliteit en subsidiariteit, heeft Restment – ook in dit hoger beroep – op geen enkele wijze toegelicht. Dat had – gelet op de opmerkingen van de deskundige – wel van haar mogen worden verwacht. Dat zij dat onderzoek niet heeft uitgevoerd, is daarom aan te merken als een tekortkoming.
6.29
Met de deskundige is het hof van oordeel dat uit het rapport niet blijkt dat Restment ten aanzien van de onderzochte integriteitsschendingen op deugdelijke wijze hoor- en wederhoor heeft toegepast. Ook dit geldt als een tekortkoming.
6.30
Het hof stelt vast dat Restment naast genoemde integriteitsissues ook onderzoek heeft gedaan naar de melding van beïnvloeding van sollicitatieprocedures en het lekken van informatie uit een OR-vergadering. Waarom Restment dat in het kader van het hier aan de orde zijnde feitenonderzoek heeft gedaan is voor het hof niet duidelijk. Restment lijkt hierbij de reikwijdte van de onderzoeksopdracht van 22 oktober 2020 te buiten te zijn gegaan. Daarbij komt dat deze onderwerpen, zoals Restment zelf in haar PowerPoint presentatie van 29 september 2020 uiteen had gezet, zich veeleer lenen voor een signalenonderzoek. Een opdracht voor een signalenonderzoek had Limena echter (nog) niet aan Restment verstrekt. Daarbij komt – zoals de deskundige gemotiveerd heeft toegelicht – dat een gecombineerd signalen en feitenonderzoek in de branche niet gebruikelijk is, vanwege de verschillende insteek die voor beide typen onderzoek geldt.
6.31
Tot slot is het hof met de deskundige van oordeel dat Restment de resultaten van de door haar afgenomen interviews zonder voldoende merkbare inhoudelijke analyse, duiding en structurering in de rapportage heeft opgenomen. Ook voor het hof is het moeilijk om de gehanteerde gedachtegang in de rapportage van Restment te volgen, te weten hoe vanuit de (anekdotische) interviewbevindingen een analyse voortkomt die een passende basis vormt voor de conclusies die er aan het eind van het rapport worden getrokken.
6.32
Gelet op al het vorenstaande kleven er aan het onderzoek en de rapportage (ernstige) tekortkomingen, zodat niet kan worden geoordeeld dat Restment in dit geval bij de uitvoering van de opdracht de zorgvuldigheid heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht.
Verzuim?
6.33
De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake was van verzuim, waardoor Limena bevoegd was tot gedeeltelijke ontbinding over te gaan. De rechtbank kwam tot dit oordeel op basis van de tussen partijen gevoerde correspondentie. Uit deze correspondentie heeft Limena in redelijkheid mogen afleiden dat Restment in de nakoming van de overeenkomst zal blijven tekort schieten (art. 6:83 aanhef en sub c), waardoor voor verzuim geen ingebrekestelling nodig is. De rechtbank wees er daarbij op dat Limena in de brief van 12 mei 2021 van haar advocaat een samenvatting heeft gegeven van de (eerste) inhoudelijke bezwaren met betrekking tot de totstandkoming en de gebrekkige motivering van de rapportage. In die brief staat dat Limena uit de reacties van Restment afleidt dat Restment niet bereid is de gebreken te erkennen en te verhelpen, en verder dat Limena bereid is te spreken over een financiële afwikkeling op basis van het dan geleverde werk. Restment heeft daarop haar standpunt nogmaals uiteengezet en aangeboden een nadere toelichting te geven, maar zij heeft op geen enkel moment de bereidheid getoond, de rapportage aan te passen om de door Limena benoemde tekortkomingen op te heffen.
6.34
Restment meent echter dat van verzuim zonder ingebrekestelling geen sprake kan zijn, omdat de uitzondering van art. 6:83 aanhef en sub c BW terughoudend moet worden toegepast. Deze bepaling kan alleen worden toegepast als klip en klaar is, dat de schuldenaar in de nakoming zal (blijven) tekortschieten en die situatie deed zich naar de mening van Restment niet voor. Zij heeft in de correspondentie met Limena slechts uiteengezet dat zij inhoudelijk een andere visie had op de kwaliteit van haar rapportage dan Limena en dat zij meende met een mondelinge toelichting de vragen van Limena te beantwoorden.
6.35
Limena meent daarentegen dat de rechtbank het goed heeft gezien, en wijst er daartoe op dat Restment zich consistent op het standpunt heeft gesteld dat zij de overeenkomst volledig is nagekomen en dat er (dus) geen aanpassingen van de rapportage komen.
6.36
Het hof is van oordeel dat uit het deskundigenrapport in combinatie met de houding van Restment voldoende overtuigend blijkt dat dat ingebrekestelling nutteloos was (art. 6:82 lid 2 BW). De door de deskundige geconstateerde gebreken waren dusdanig dat deze niet eenvoudig waren op te heffen, terwijl Restment in haar correspondentie met Limena consistent was in haar houding dat zij van geen tekortkoming wilde horen en slechts bereid was tot het geven van een nadere mondelinge toelichting, waarmee zij de gebreken niet kon opheffen. Dat Limena Restment daarvoor aansprakelijk hield, heeft Restment moeten begrijpen uit de brief van 12 mei 2021 van haar advocaat waarin deze schreef:
“Cliënt leidt uit uw reactie af dat Restment niet bereid is om de gebreken te erkennen en te verhelpen. (…) Cliënte is bereid tot een gesprek om te komen tot een financiële afwikkeling die correspondeert met het werk dat nu is geleverd.”.
6.37
Omdat ook het hof van oordeel is dat een mondelinge toelichting van Restment de tekortkomingen aan het onderzoek niet kon opheffen, kan in dit geval niet van crediteursverzuim worden gesproken.
6.38
De door Restment in genoemde correspondentie gedane uitlatingen, in onderling verband gezien, konden bovendien naar het oordeel van het hof in redelijkheid door Limena worden aangemerkt als een mededeling van Restment dat zij in de nakoming van haar verbintenis zal tekortschieten. De geconstateerde gebreken van het onderzoek zijn zo fundamenteel en het (on)begrip van Restment zo groot, dat Limena in redelijkheid hieruit heeft mogen afleiden dat Restment zal (blijven) tekortschieten. Dit betekent dat ook het bepaalde in art. 6:83 sub c BW leidt tot de slotsom dat in de gegeven omstandigheden voor verzuim geen ingebrekestelling nodig is.
6.39
Ook het hof is daarom van oordeel dat sprake was van verzuim.
Ontbinding
6.40
Uit het bepaalde in art. 6:265 lid 1 BW volgt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van zijn verbintenissen, aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te (doen) ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Het is hierbij aan de tekortschietende partij om zich voldoende gemotiveerd op deze uitzondering te beroepen. Bij de beoordeling dient de rechter verder rekening te houden met alle door partijen genoegzaam gemotiveerd aangevoerde omstandigheden van het geval waaronder eventueel ook omstandigheden die hebben plaatsgevonden na de gestelde tekortkoming.
6.41
Gelet op het feit dat hiervoor is vastgesteld dat sprake van tekortkomingen bij de uitvoering van de overeenkomst, mocht Limena de overeenkomst ontbinden. Restment heeft zich immers niet, althans niet voldoende gemotiveerd, beroepen op de uitzondering dat de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding niet rechtvaardigt.
6.42
Restment heeft erop gewezen dat in het bestuur van Limena onenigheid bestond tussen de verschillende bloedgroepen van voor de fusie. De directeur was heel content met de rapportage, maar de secretaris niet. De secretaris wenste geen nadere toelichting, hij wenste een andere uitkomst. De secretaris vond dat de juistheid van de meldingen van de klokkenluiders moest komen vast te staan. De verschillende ruziënde bestuursleden hebben uiteindelijk allen afscheid moeten nemen van Limena waarna een nieuw bestuur is aangetreden. Verder meent Restment dat Limena zich niet heeft gedragen als een goed opdrachtgever, omdat zij een groot wantrouwen heeft getoond tegen Restment. Als er geen vertrouwen bestond had Limena Restment de opdracht niet moeten verstrekken, dan wel de opdracht tussentijds moeten beëindigen. In ieder geval mag ze de gevolgen hiervan niet op Restment afwentelen. Dat heeft Limena echter wel gedaan: ze is op detailniveau discussies met Restment aangegaan, waarmee ze Restment op hoge kosten heeft gejaagd.
6.43
Voor zover Restment meent dat genoemde omstandigheden hebben te gelden als “bijzondere aard of geringe betekenis” waardoor de ontbinding niet gerechtvaardigd is, volgt het hof haar daarin niet. Genoemde omstandigheden doen niets af aan de ernst van de tekortkomingen en geven geen aanleiding voor het oordeel dat ontbinding niet gerechtvaardigd is.
6.44
De omstandigheid dat in het bestuur onenigheid bestond tussen de bestuursleden van de bloedgroepen van voor de fusie en dat de voorzitter en secretaris van Limena mogelijk anders tegen de (ernst van de) klokkenluidersmeldingen aankeken, maakt – anders dan Restment kennelijk meent – niet dat Limena hiervan een verwijt valt te maken. Sterker nog: het feit dat Restment zich van – wat zij noemt – de bloedgroepenstrijd in het bestuur bewust was, maakt juist dat zij had moeten begrijpen dat een overtuigend feitenonderzoek met een deugdelijk onderbouwde conclusie aangewezen was om het bestuur op dit punt verder te helpen. Dat deze in het rapport ontbrak zal het vertrouwen van Limena – en dan met name van de secretaris, die volgens Restment met een stofkam door het rapport is gegaan omdat hij een andere uitkomst wenste – in het door Restment uitgevoerde onderzoek geen goed hebben gedaan.
6.45
De omstandigheid dat Limena ervoor heeft gekozen niet incidenteel te appelleren tegen het niet honoreren van het beroep op volledige ontbinding staat aan dit oordeel niet in de weg. Het hof begrijpt dat Limena met het afzien van een beroep op volledige ontbinding bedoelt dat zij niet langer aanspraak maakt op terugbetaling van het bedrag van € 50.980,33. Daarbij komt dat bij het slagen van een grief van Restment – in verband met de devolutieve werking – de volledige ontbinding ook n een weer zou voorliggen. Het hof komt overigens, zo blijkt uit het navolgende, tot hetzelfde resultaat als de rechtbank.
Gevolgen ontbinding
6.46
De ontbinding doet de overeenkomst vervallen. Hieruit volgt dat partijen van hun uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenissen zijn bevrijd (art. 6:271 BW). Dit betekent dat Limena de nog niet aan Restment betaalde facturen, niet langer aan Restment verschuldigd is.
6.47
De ontbinding heeft echter geen terugwerkende kracht (art. 6:269 BW). De overeenkomst blijft tot het moment waarop deze is ingeroepen in stand. De vóór de ontbinding verrichte prestaties zijn dus niet zonder rechtsgrond verricht. Wel zijn partijen verplicht de reeds verrichte prestaties ongedaan te maken, dat betekent dat partijen elkaar na ontbinding zoveel mogelijk in de oude toestand dienen terug te brengen. De ontvanger is dus in beginsel gehouden tot teruggave van de ontvangen prestatie tot het beloop van de waarde die deze had op het tijdstip van de ontvangst.
6.48
Art. 6:272 BW bepaalt dat als de aard van de prestatie uitsluit dat zij ongedaan wordt gemaakt, zoals hier het geval is, daarvoor een vergoeding in de plaats treedt tot het bedrag van de waarde van die prestatie op het moment van de ontvangst. Heeft de prestatie niet aan de verbintenis beantwoord, dan wordt deze vergoeding beperkt tot het bedrag van de waarde die de prestatie voor de ontvanger op dit tijdstip in de gegeven omstandigheden werkelijk heeft gehad.
6.49
Dit een en ander betekent dat het hof de waarde dient te bepalen die het rapport van Restment voor Limena had op het moment van de ontvangst. Het hof is van oordeel dat – ondanks het feit dat de deskundige constateert dat het onderzoek van Restment heeft geleid tot een rapport waarvan niet duidelijk is waarvoor Limena deze zou kunnen gebruiken – deze prestatie voor Limena wel enige waarde had. Een sterkte aanwijzing hiervoor vormt dat Limena – zo blijkt uit het proces-verbaal van 18 november 2021 – er aanvankelijk bewust voor heeft gekozen om de overeenkomst niet volledig te ontbinden, omdat naar zij stelde “er weldegelijk werkzaamheden zijn verricht en het rapport ook niet geheel onbruikbaar is”. Wel heeft Limena er direct over geklaagd dat Restment haar werk niet goed had uitgevoerd, dat de facturatie niet juist was en er sprake was van een forse overschrijding van de gegeven urenprognose, zodat de waarde niet het bedrag is dat Restment heeft gefactureerd. Limena vorderde dan ook aanvankelijk dat de rechtbank vast zou stellen dat Limena voor de werkzaamheden van Restment niet meer verschuldigd is dan zij tot 4 augustus 2021 aan Restment had voldaan.
6.50
Dat Restment haar urenprognose ernstig had overschreden, is naar het oordeel van het hof voor de waardebepaling niet leidend. Volgens de deskundige is gebleken dat geregeld overleg heeft plaatsgevonden tussen Restment en Limena over de voortgang van de werkzaamheden. Limena wist dus dat eind 2020 al een groot deel van de geprognostiseerde uren was opgesoupeerd, terwijl de werkzaamheden nog in volle gang waren en dat er ook nog een rapportage moest worden geschreven. Dit alles was toen nog geen reden om te klagen, de klachten kwamen pas over de kwaliteit van het uitgevoerde onderzoek.
6.51
Met de deskundige is het hof daarom van oordeel dat niet de urenoverschrijding op zichzelf, maar wel de urenoverschrijding in combinatie met de kwaliteit van het uitgevoerde onderzoek voor Limena de reden was om te klagen. Aan die kwaliteit schortte – zoals hiervoor is overwogen – zodanig veel, dat het rapport voor Limena niet goed bruikbaar was. Het rapport was te weinig onderbouwd om Limena houvast te bieden over de te nemen vervolgstappen naar aanleiding van de meldingen, dat klemt te meer omdat – zoals Restment zelf had geconstateerd – hierover onenigheid bestond tussen de bestuursleden onderling.
6.52
In het vorenstaande ziet het hof aanleiding de waarde van de prestatie van Restment in fase 2 voor Limea te bepalen op € 50.980,33. Dit is ook het bedrag dat de rechtbank hieraan heeft toegekend. Dit betekent dat Restment bij verdere bespreking van haar grieven geen belang heeft.
6.53
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat Limena de factuur van 22 juni 2021 ter zake van een vermeend door haar op 22 maart 2021 verstrekte vervolgopdracht (fase 3) niet verschuldigd is, omdat zonder nadere toelichting niet valt in te zien dat een discussie over de kwaliteit van de geleverde rapportage tot declarabele uren kan leiden.
Bewijs
6.54
Bij gebreke van stellingen die – indien bewezen – tot een ander oordeel zouden leiden, wordt aan bewijslevering niet toegekomen.
Conclusie en proceskosten
6.55
De conclusie is dat het hoger beroep van Restment faalt. De vordering tot terugbetaling van hetgeen Restment uit hoofde van het bestreden vonnis onverschuldigd aan Limena heeft betaald, is daarom niet toewijsbaar. Restment zal worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Het hof begroot de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van Limena op: griffierecht € 2.175,-salaris advocaat € 2.352,- (1 punt × tarief IV)nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)Totaal € 4.716,-
7Beslissing
Het hof:
bekrachtigt het in conventie en in reconventie gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 4 september 2024;
veroordeelt Restment in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Limena tot op heden begroot op € 4.716,-;
bepaalt dat als Restment niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, Restment de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92;
wijst af het anders of meer gevorderde;
verklaart bovenstaande kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mr. M.J. van der Ven, mr. H.J. van Harten en mr. P. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026 in aanwezigheid van de griffier.