Menu

Filter op
content
PONT | Governance

0

ECLI:NL:GHAMS:2026:1631

Ondernemingskamer; enquêteprocedure; geschillenregeling; afwijzing enquêteverzoek; toewijzing uitstotingsverzoek.

Gerechtshof Amsterdam 5 augustus 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:GHAMS:2026:1631 text/xml public 2026-08-05T19:58:19 2026-06-17 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2026-06-18 200.360.982/01 OK Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Amsterdam Civiel recht; Ondernemingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1631 text/html public 2026-08-05T19:56:28 2026-08-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2026:1631 Gerechtshof Amsterdam , 18-06-2026 / 200.360.982/01 OK
Ondernemingskamer; enquêteprocedure; geschillenregeling; afwijzing enquêteverzoek; toewijzing uitstotingsverzoek.

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.360.982/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 18 juni 2026

inzake

in de enquêteprocedure

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SONNELAND B.V.,

gevestigd te Maasdijk, gemeente Westland,

VERZOEKSTER,

advocaten: mrs. S.J. Piekaar-Koopmans en W. Veldstra, kantoorhoudende te Utrecht,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SONGROW HOLDING B.V.,

gevestigd te Maasdijk, gemeente Westland,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SONGROW B.V.,

gevestigd te Maasdijk, gemeente Westland,

VERWEERSTERS,

advocaat: mr. M.J. Blommaert, kantoorhoudende te Eindhoven,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

H.T.P. HOLDING B.V.,

gevestigd te Maasdijk, gemeente Westland,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. M.J. Kesler en mr. D.V.H. Holtus, kantoorhoudende te Eindhoven,

in de geschillenregelingprocedure

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

H.T.P. HOLDING B.V.,

gevestigd te Maasdijk, gemeente Westland,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. M.J. Kesler en mr. D.V.H. Holtus, kantoorhoudende te Eindhoven,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SONNELAND B.V.,

gevestigd te Maasdijk, gemeente Westland,

VERWEERSTER,

advocaten: mrs. S.J. Piekaar-Koopmans en W. Veldstra, kantoorhoudende te Utrecht,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SONGROW HOLDING B.V.,

gevestigd te Maasdijk, gemeente Westland,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SONGROW B.V.,

gevestigd te Maasdijk, gemeente Westland,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. M.J. Blommaert, kantoorhoudende te Eindhoven.

Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen als volgt worden aangeduid:

Sonneland B.V. als:

Sonneland

Enig bestuurder en enig aandeelhouder van Sonneland, [DGA van Sonneland] als:

[DGA van Sonneland]

Songrow Holding B.V. als:

Songrow Holding

Songrow B.V. als:

Songrow

Songrow Holding en Songrow gezamenlijk als:

Songrow c.s.

H.T.P. Holding B.V. als:

HTP

1. Het verloop van het geding

1.1 Sonneland heeft bij verzoekschrift van 29 oktober 2025 de Ondernemingskamer verzocht, samengevat:

1. een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Songrow c.s.;

2. als onmiddellijke voorzieningen voor de duur van de procedure:

a. HTP te schorsen als bestuurder van Songrow Holding;

b. een tijdelijke bestuurder te benoemen bij Songrow Holding;

c. te bepalen dat de algemene vergadering van Songrow Holding gedurende de duur van het onderzoek geen besluit kan nemen tot benoeming, schorsing en ontslag van bestuurders en commissarissen van Songrow Holding;

d. zodanige onmiddellijke voorzieningen te treffen als de Ondernemingskamer juist en noodzakelijk acht.

1.2 Songrow c.s. hebben bij verweerschrift van 12 februari 2025 de Ondernemingskamer verzocht de verzoeken van Sonneland af te wijzen en haar te veroordelen in de kosten van de procedure.

1.3 HTP heeft bij verweerschrift tevens zelfstandig tegenverzoek van 12 februari 2025 de Ondernemingskamer verzocht:

1. de verzoeken van Sonneland af te wijzen, en

2. primair Sonneland te bevelen om haar aandelen in Songrow Holding over te dragen aan HTP tegen betaling van een door de Ondernemingskamer vast te stellen prijs, een deskundige te benoemen die over de waarde van de over te dragen aandelen een bericht uitbrengt en te bepalen dat de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste komen van Sonneland, althans Songrow Holding;

subsidiair een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Songrow Holding over de periode vanaf 1 januari 2020, en

als onmiddellijke voorzieningen voor de duur van de procedure:

a. het stemrecht verbonden aan de door Sonneland gehouden aandelen in Songrow Holding te schorsen;

b. alle aandelen van Sonneland in Songrow Holding ten titel van beheer over te dragen aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder;

c. één of meer andere naar het oordeel van de Ondernemingskamer passende voorzieningen te treffen;

3. Sonneland te veroordelen in de kosten van de procedure.

1.4 Sonneland heeft bij verweerschrift van 23 februari 2026 verzocht de zelfstandige tegenverzoeken van HTP af te wijzen en HTP te veroordelen in de kosten van de procedure.

1.5 De verzoeken zijn behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 5 maart 2026. De advocaten hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht aan de hand van overgelegde aantekeningen. Sonneland en HTP Holding hebben van tevoren nadere producties toegestuurd en hebben die in het geding gebracht. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.
2 Inleiding en feiten
Inleiding
2.1
Sonneland en HTP houden ieder een belang van 50% in Songrow Holding, dat op haar beurt enig aandeelhouder en bestuurder is van Songrow. Songrow exploiteerde een onderneming die zich bezighield met het telen, kweken en (internationaal) verkopen van sier- en aquariumplanten. Zij beschikte daartoe over kassen die zich bevonden op meerdere percelen in de gemeente Maasdijk. Medio 2020 heeft Songrow Holding in verband met een grootschalige gebiedsontwikkeling en de daarbij horende voorgenomen onteigening en herverkaveling, de percelen waarop Songrow haar activiteiten verrichtte alsmede een woonkavel (W4) verkocht en geleverd aan een projectontwikkelaar. Vervolgens is een vereffeningsproces gestart dat tot en met begin 2021 heeft geduurd, is het personeel afgevloeid en zijn de activiteiten van Songrow uiteindelijk grotendeels gestaakt. Songrow verricht thans nog kleinschalige activiteiten als groothandel. De verhoudingen tussen partijen zijn inmiddels ernstig verstoord; zij maken elkaar over en weer verwijten, deels voortvloeiend uit het vereffeningsproces. Volgens HTP en Songrow c.s. worden met Sonneland gemaakte afspraken door Sonneland niet nagekomen. Tussen partijen zijn meerdere procedures aanhangig.
2.2
In 1993 is HTP als eenmanszaak (later commanditaire vennootschap) opgericht door de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] om een onderneming te drijven in de glastuinbouwsector, meer specifiek een kwekerij van planten en producten voor en ten behoeve van aquaria en vijvers. Medio 1997 kwamen zij in aanraking met [DGA van Sonneland] die over percelen en kassen beschikte. Op 26 maart 1997 is Songrow Holding (toen geheten Songrow) opgericht. HTP en Sonneland verkregen ieder 50% van de aandelen in deze vennootschap en HTP werd (en is) de enig bestuurder. HTP bracht de activiteiten van HTP CV in en Sonneland een aantal kassen en percelen. HTP heeft daarnaast een kapitaalstorting verricht van € 300.000 in de vorm van agio.
2.3
Op 30 maart 2010 vond een herstructurering plaats, waarbij een dochtervennootschap werd opgericht. Op 17 mei 2010 werden de namen van beide vennootschappen gewijzigd in de huidige benamingen Songrow Holding en Songrow. Songrow Holding is enig aandeelhouder en bestuurder van Songrow.
2.4
In artikel 17 lid 3 onder o van de statuten van Songrow c.s. is bepaald dat het bestuur vooraf de goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders behoeft voor directiebesluiten strekkende tot het aangaan van overeenkomsten en/of verbintenissen in welke vorm dan ook welke een geldswaarde van vijfduizend euro (€ 5.000,-) te boven gaan.
2.5
Bestuurder en enig aandeelhouder van Sonneland is [DGA van Sonneland] .
2.6
Bestuurders en aandeelhouders van HTP zijn de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] .
2.7
In 2019-2020 leverde Songrow aan 68 groothandels in 25 landen en aan winkels in 19 landen. Songrow had 14.000 m2 aan kassen. Bij Songrow werkten 20 fulltime medewerkers, 8-15 werknemers met een geestelijke en/of lichamelijke beperking, 5 mensen op een externe locatie en circa 80-100 scholieren uit de buurt. Het kantoor van Songrow bevond zich (tot december 2020) in een pand direct grenzend aan het woonhuis van de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] .
2.8
Als gevolg van voorgenomen onteigening, herverkaveling en gebiedsontwikkeling diende een belangrijk deel van de percelen van Songrow te worden verkocht en de daarop gelegen kassen te worden gesloopt. Songrow zou zich daarna niet meer kunnen bezighouden met teelt en kweek van planten.
2.9
Bij koopovereenkomst van 16 maart 2020 heeft Songrow Holding voor een koopprijs van

€ 8.100.000 de bij de herverkaveling betrokken percelen almede een woonkavel (W4) verkocht aan gebiedsontwikkelaar Honderdland Ontwikkelings Combinatie Beheer B.V. (hierna: HOC). Sonneland was voor Songrow Holding betrokken bij de onderhandelingen met HOC. Kort voor de levering van de percelen door Songrow Holding aan HOC bleek dat HOC een drietal percelen en een woonkavel (W4), meteen zou doorverkopen en leveren aan Sonnestate, een vennootschap van Sonneland. HTP heeft met deze gang van zaken uiteindelijk ingestemd.
2.10
Sonneland en HTP hebben gezamenlijk gezocht naar alternatieve locaties om de activiteiten van Songrow voort te zetten. Deze plannen zijn, mede vanwege de COVID-19 pandemie, niet doorgezet. Besloten is om het personeel tot en met december 2020 in dienst te houden en de activiteiten tot die datum nog zoveel mogelijk door te laten lopen.
2.11
Medio mei 2020 zijn nadere afspraken tussen partijen gemaakt in aanwezigheid van de accountant van Songrow c.s. Een door partijen ondertekend e-mailbericht van 14 mei 2020 houdt onder meer in dat teneinde een uitgang voor het woonhuis van de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] naar de openbare weg te realiseren, ten gunste van HTP een recht van overpad zal worden gevestigd op de door Sonneland (Sonnestate) te verkrijgen percelen en dat een strook grond van het woonkavel (W4) aan HTP zal worden verkocht.
2.12
Op 15 mei 2020 heeft de levering plaatsgevonden van de door Songrow Holding aan HOC verkochte percelen, waaronder het woonkavel (W4), en de aansluitende levering van een drietal percelen en het woonkavel (W4) door HOC aan Sonnestate. De door Sonnestate verkregen percelen omringen het perceel waarop het woonhuis van de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] is gelegen en hun perceel is daardoor (met de auto) niet goed bereikbaar vanaf de openbare weg.
2.13
De door Songrow Holding ontvangen koopprijs van € 8.100.000 is, na aftrek van schulden, vooruitlopend op een dividendbesluit, als lening aan [DGA van Sonneland] en HTP uitbetaald.
2.14
Medio 2020 heeft Songrow haar groothandelsklantenportefeuille voor € 50.000 overgedragen aan een derde partij. Sonneland is hierover bij e-mailbericht van 27 juli 2020 geïnformeerd.
2.15
Bij e-mailbericht van 14 september 2020 heeft mevrouw [HTP-bestuurder] aan Sonneland onder meer bericht dat mogelijk op kleine schaal met drie of vier werknemers een soort verkoopkantoor kan worden opgezet in samenwerking met de partij aan wie de groothandelsklantenportefeuille was verkocht. Deze activiteiten zijn vanaf eind 2020 verricht vanuit een door Songrow c.s. van de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] in hun woonhuis gehuurde ruimte.
2.16
Op 20 mei 2021 vond in aanwezigheid van de accountant een bespreking plaats over de concept jaarrekeningen 2020 tussen [DGA van Sonneland] en de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] . [DGA van Sonneland] heeft toen onder meer gezegd dat hij eigenlijk een bedrag van € 250.000 zou willen krijgen als beloning voor zijn werkzaamheden - en het behaalde resultaat - bij de onderhandelingen met HOC.
2.17
Sonnestate heeft de door haar van HOC verkregen percelen (zie 2.12) in oktober 2022 verkocht en geleverd aan [Zoon Beheer B.V.] (hierna: [Zoon Beheer B.V.] ), een vennootschap van de zoon van [DGA van Sonneland] . [Zoon Beheer B.V.] heeft dranghekken langs de percelen geplaatst, waardoor de woning van de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] (en het kantoor van Songrow Holding c.s.) met de auto nagenoeg onbereikbaar is.
2.18
Bij vonnis van 18 september 2024 heeft de rechtbank Den Haag vorderingen van de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] jegens [DGA van Sonneland] en [Zoon Beheer B.V.] , strekkende tot onder meer de vestiging van erfdienstbaarheden op percelen van [Zoon Beheer B.V.] ten gunste van hen, afgewezen. Tegen dit vonnis is door de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] hoger beroep ingesteld.
2.19
Bij vonnis van 25 juni 2025 heeft de rechtbank Den Haag onder meer de door Sonneland jegens HTP en Songrow Holding ingestelde vordering tot uittreding (art. 2:343 (oud) BW) afgewezen. Sonneland heeft hoger beroep tegen dit vonnis van de rechtbank Den Haag ingesteld. In deze procedure bij de rechtbank zijn partijen met betrekking tot een door Sonneland ingestelde incidentele vordering tot een regeling gekomen inhoudende dat HTP Sonneland na afloop van ieder kwartaal zal voorzien van de cijfers van Songrow c.s. vergezeld van een schriftelijke toelichting, in ieder geval met betrekking tot omzet, resultaten, marges en gedane uitgaven.
2.20
Medio 2025 heeft [Zoon Beheer B.V.] de septic tank, gelegen in een door haar van Sonnestate verkregen perceel (zie 2.17), verwijderd. De woning van de heer en mevrouw Hoogendoorn (en het kantoor van Songrow Holding) was voor het toiletafvoer aangewezen op deze septic tank.
2.21
Vanaf 2013 hebben jaarlijks aandeelhoudersvergaderingen van Songrow Holding c.s. plaatsgevonden ter bespreking van (onder meer) de jaarstukken in aanwezigheid van de accountant van Songrow c.s., die tevens de verslaglegging verzorgde. Sonneland heeft geweigerd de jaarrekeningen van Songrow Holding over de boekjaren 2020 tot en met 2024 goed te keuren.
<nr>3</nr>De gronden van de beslissing
De beoordeling van het enquêteverzoek van Sonneland
3.1
Sonneland heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Songrow Holding c.s. en dat de toestand van de vennootschap het nodig maakt dat onmiddellijke voorzieningen worden getroffen. Als toelichting heeft Sonneland – samengevat – het volgende naar voren gebracht:

- HTP heeft als (indirect) bestuurder van Songrow een tegenstrijdig belang bij besluiten met betrekking tot huurovereenkomsten voor bedrijfsruimte tussen Songrow en de aandeelhouders van HTP en zij is onvoldoende zorgvuldig met dit tegenstrijdig belang omgegaan;

- HTP handelt in strijd met de statuten van Songrow c.s. door na te laten toestemming te vragen aan de aandeelhouders van Songrow c.s. voor het aangaan van overeenkomsten of verbintenissen met een waarde hoger dan € 5.000,;

- de managementvergoeding die HTP ontvangt staat niet meer in verhouding tot de omvang van de (afgebouwde) activiteiten van Songrow;

- een vordering van ongeveer € 250.000 op een debiteur van Songrow is afgeboekt, terwijl dit niet in het belang van Songrow is;

- er zijn transitievergoedingen uitgekeerd aan werknemers van Songrow die vervolgens niet uit dienst zijn gegaan;

- Songrow heeft haar klantenbestand verkocht aan een derde zonder deugdelijke onderbouwing van de prijs; en,

- Songrow heeft contante betalingen door afnemers niet deugdelijk geadministreerd.
3.2
Songrow c.s. en HTP hebben afzonderlijk, maar grotendeels gelijkluidend, gemotiveerd verweer gevoerd. Zij weerspreken dat sprake is van gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken bij Songrow c.s. Zij stellen onder andere dat de bezwaren van Sonneland erg gedateerd zijn en niet zijn ingegeven door reële zorgen over het gevoerde beleid, maar moeten worden bezien in de context van een mislukte ontvlechting van de samenwerking tussen HTP en Sonneland.
3.3
De Ondernemingskamer is van oordeel dat het enquêteverzoek van Sonneland moet worden afgewezen. De Ondernemingskamer licht dit hieronder toe.
3.4
Een deel van de door Sonneland bekritiseerde handelingen dateert uit de periode (2020) dat de activiteiten van Songrow c.s. werden afgebouwd. Songrow c.s. hebben voldoende toegelicht dat Sonneland van alle beslissingen die in het kader van het vereffeningsproces zijn genomen (de aan de werknemers betaalde bonussen om het werk af te maken en transitievergoedingen, de verkoop van het klantenbestand, de verhuizing van het kantoor naar het woonhuis van de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] ) steeds op de hoogte is gehouden. Bezwaren tegen die beslissingen heeft Sonneland toen niet kenbaar gemaakt. Dat Sonneland daar nu, jaren later in het kader van de inmiddels ontstane geschillen tussen partijen kennelijk anders over is gaan denken, is onvoldoende om aan te nemen dat gegronde redenen bestaan voor twijfel aan een juist beleid of een juiste gang van zaken van Songrow c.s.
3.5
Wat betreft de door Songrow c.s. in het woonhuis van de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] gehuurde bedrijfsruimte hebben Songrow c.s. uiteengezet dat het oude kantoor middenin de COVID-19 periode, plotseling, eerder dan gepland, werd gesloopt, dat andere mogelijke kantoren kil en leeg waren en dat in het woonhuis van de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] een goede, gezellige ruimte, met afzonderlijke werkplekken, beschikbaar was.
3.6
Van HTP mocht gezien het aanwezige tegenstrijdige belang bij het aangaan van de huurovereenkomst door Songrow met de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] een hogere mate van zorgvuldigheid bij de voorbereiding en besluitvorming worden verwacht, waarbij zij met name vooraf duidelijkheid aan Sonneland hadden moeten verschaffen over het voornemen de huurovereenkomst te sluiten en de zakelijkheid van de daarbij overeen te komen huurprijs. Dat volgens deze hogere zorgvuldigheidsnorm is gehandeld, is niet voldoende gebleken. Songrow c.s. hebben evenwel gemotiveerd uiteengezet dat en waarom de overeengekomen huurprijs van € 2.500,- per maand voor 120 m2 (inclusief schoonmaak, gas, water, licht en internet) alleszins redelijk is. Dit, in samenhang bezien met de omstandigheid dat de verhuizing van het kantoor van Songrow c.s. naar het woonhuis van de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] (al jaren geleden) met instemming van Sonneland heeft plaatsgevonden en dat daartegen pas veel later bezwaar wordt gemaakt, brengt mee dat ook hier geen sprake is van een voldoende zwaarwegende reden voor twijfel aan een juist beleid of een juiste gang van zaken van Songrow c.s..
3.7
Songrow c.s. hebben voorts wat betreft de afboeking van de vordering op debiteur Waterlife - die dateert uit de periode 2018-2020 - toegelicht dat Waterlife, door ziekte van de eigenaar, de rekeningen van Songrow niet helemaal kon betalen. Waterlife heeft Songrow jarenlang bijgestaan bij promotionele activiteiten. De nog openstaande rekeningen van Songrow zijn daartegen weggestreept. De wederzijdse vorderingen en verplichtingen zijn daarbij zorgvuldig afgewogen, gecontroleerd en akkoord bevonden door de accountant, aldus Songrow c.s. Dit alles, in samenhang bezien met het feit dat het ook hier gaat om gebeurtenissen in een ver verleden, maakt dat ook deze kwestie geen gegronde reden oplevert om te twijfelen aan een juist beleid of een juiste gang van zaken van Songrow c.s.
3.8
Songrow c.s. hebben gemotiveerd toegelicht dat ook de contante betalingen dateren uit de periode vóór eind 2020 toen Songrow nog zelf planten verkocht. Sommige Oost-Europese (met name Poolse) klanten betaalden contant. Deze betalingen werden door Songrow geadministreerd en bij de bank afgestort, aldus Songrow c.s. Songrow c.s. hebben een overzicht overgelegd van de in de periode van 2017-2020 bij de bank afgestorte contante bedragen. Dat er veel meer contante betalingen hebben plaatsgevonden, die niet bij Songrow terecht zijn gekomen, heeft Sonneland niet voldoende aannemelijk gemaakt. Om die reden leveren de contante betalingen, die bovendien dateren van jaren geleden, geen gegronde reden op voor twijfel aan een juist beleid of een juiste gang van zaken van Songrow c.s.
3.9
Ook de managementvergoeding van HTP levert geen gegronde reden op voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Songrow c.s. Songrow c.s. hebben toegelicht dat de managementvergoeding een vergoeding is voor de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] gezamenlijk, dat deze vergoeding al jarenlang niet is aangepast en dat de activiteiten van Songrow c.s. weliswaar zijn afgeslankt, maar dat de werkzaamheden nog steeds omvangrijk zijn; de nieuwe groothandelsactiviteiten moeten immers worden opgezet. Daartegenover heeft Sonneland onvoldoende duidelijk gemaakt dat de omstandigheid dat de managementvergoeding niet naar beneden is bijgesteld een gegronde reden voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Songrow c.s. oplevert.
3.10
Dat Songrow c.s. niet altijd overeenkomstig het bepaalde in artikel 17 onder o van de statuten hebben gehandeld levert evenmin grond op om een enquête te gelasten. De twee relatief kleine aan werknemers verstrekte leningen zijn daartoe van onvoldoende gewicht. De overige overeenkomsten en verbintenissen waarnaar Sonneland verwijst, zijn van lang geleden en Sonneland was met die overeenkomsten en verbintenissen bovendien bekend. Een en ander levert geen gegronde reden voor twijfel aan een juist beleid of een juiste gang van zaken van Songrow c.s. op.

Slotsom
3.11
Ook in samenhang bezien, leveren de hiervoor besproken bezwaren geen gegronde reden op voor twijfel aan een juist beleid of een juiste gang van zaken van Songrow c.s. De slotsom is dat het enquêteverzoek van Sonneland zal worden afgewezen. Aan de beoordeling van de verzochte onmiddellijke voorzieningen komt de Ondernemingskamer dan niet toe.

Ten overvloede
3.12
De Ondernemingskamer is ook overigens van oordeel dat het gelasten van een onderzoek niet in het belang is van Songrow c.s. Partijen zijn het erover eens dat samenwerking niet langer mogelijk is en dat dit betekent dat Sonneland haar aandelen in Songrow Holding aan HTP zal overdragen. Het belang van Songrow c.s. is daarom nu het meest gediend met een spoedige scheiding der wegen. Gelet op de toewijzing van het hierna te bespreken uitstotingsverzoek van HTP kan dat proces nu in gang worden gezet. Bij die stand van zaken is het gelasten van een onderzoek, nog afgezien van de daarmee gemoeide tijd, aandacht en kosten, niet in het belang van Songrow c.s. Ook een belangenafweging zou derhalve tot een afwijzing van het enquêteverzoek leiden.

De beoordeling van het uitstotingsverzoek van HTP
3.13
Aan het zelfstandig tegenverzoek van HTP tot uitstoting van Sonneland als aandeelhouder van Songrow Holding legt HTP ten grondslag dat sprake is van gedragingen van Sonneland die het belang van Songrow Holding en haar onderneming schaden. Ter onderbouwing heeft HTP – samengevat – het volgende naar voren gebracht:

- Sonneland heeft via een ABC-vastgoedtransactie percelen die toebehoorden aan Songrow Holding, aan zichzelf (althans Sonnetstate) doen (door)verkopen, de percelen weer met winst doorverkocht en deze winst niet laten toekomen aan Songrow Holding;

- Sonneland weigert structureel de jaarrekeningen goed te keuren zonder deugdelijke grond en in het verlengde daarvan is het niet mogelijk om de nodige dividendbesluiten te nemen;

- Sonneland traineert besluitvorming binnen de algemene vergadering van Songrow Holding door discussiepunten te herhalen en eindeloos vragen te blijven stellen;

- Sonneland belemmert de bedrijfsvoering van Songrow c.s. door de toegang tot de bedrijfsruimtes fysiek te blokkeren door middel van het plaatsen van dranghekken en het verwijderen van de septic tank;

- Sonneland begint meerdere juridische procedures op basis van dezelfde feiten waardoor Songrow Holding met aanzienlijke kosten voor juridische bijstand wordt geconfronteerd; en,

- tussen partijen is een onoplosbare impasse ontstaan waarbij de verhoudingen ernstig en duurzaam zijn verstoord.
3.14
Sonneland heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Volgens Sonneland wordt de drempel die geldt voor uitstoting niet gehaald.
3.15
De Ondernemingskamer is van oordeel dat het uitstotingsverzoek van HTP toewijsbaar is en zal een deskundige benoemen om de prijs van de over te dragen aandelen te bepalen. De Ondernemingskamer overweegt daartoe het volgende.
3.16
Bij de beoordeling van het verzoek tot uitstoting stelt de Ondernemingskamer voorop dat voor toewijzing van het verzoek is vereist dat Sonneland door haar gedragingen, al dan niet in hoedanigheid van aandeelhouder, het belang van Songrow Holding en de aan haar verbonden onderneming zodanig schaadt of heeft geschaad, dat het voortduren van haar aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld. Het redelijkheidscriterium vergt dat de Ondernemingskamer een belangenafweging maakt tussen enerzijds het belang van Songrow Holding bij het eindigen van het aandeelhouderschap van Sonneland en anderzijds het belang van Sonneland om aandeelhouder te blijven.
3.17
Partijen zijn het erover eens dat de verhoudingen tussen HTP (de heer en mevrouw [HTP-bestuurders] ) en Sonneland ( [DGA van Sonneland] ) ernstig en duurzaam zijn verstoord. Partijen hebben inmiddels een grondige hekel aan elkaar gekregen en zijn niet meer in staat om op een normale manier met elkaar te overleggen en in het belang van Songrow Holding en haar onderneming tot besluiten te komen. Voortzetting van de samenwerking in Songrow c.s. wordt door geen van hen gewenst; de eerder tussen hen in rechte gevoerde procedures waarbij Sonneland ook zelf heeft verzocht te mogen uittreden, getuigen daarvan. Songrow Holding en de door haar gedreven onderneming lijden onder deze situatie. Onderdeel van de onmin is dat Sonneland al jaren zonder goede redenen de jaarrekeningen van Songrow Holding weigert goed te keuren. HTP heeft voldoende toegelicht dat het dividendbesluit, dat noodzakelijk is om de aan HTP en Sonneland verstrekte leningen om te zetten in een dividenduitkering, niet kan worden genomen en dat zolang deze omzetting niet plaatsvindt, de leningen als schuld op de balans staan, hetgeen de solvabiliteitspositie van Songrow Holding aantast. Een redelijke grond om te blijven weigeren de jaarstukken van Songrow Holding goed te keuren heeft Sonneland niet gegeven, anders dan dat [DGA van Sonneland] het bestuur en de cijfers niet vertrouwt. Uit de stukken blijkt evenwel dat HTP en de accountant van Songrow c.s. vragen van Sonneland steeds zo goed mogelijk trachten te beantwoorden en dat Sonneland overeenkomstig de gemaakte afspraak periodiek van relevante financiële informatie (zie 2.19) wordt voorzien. Daar komt bij dat ook overigens sprake is van pesterijen die een normale bedrijfsvoering van Songrow Holding belemmeren. Dranghekken worden door (de zoon van) Sonneland zo neergezet dat het personeel van Songrow Holding c.s. het kantoor nog maar moeizaam kan bereiken. De septic tank is verwijderd, kennelijk zonder zich ervan te vergewissen of er een andere oplossing was gevonden voor de riolering van het perceel waarop Songrow c.s. kantoorhouden. Op deze manier gaan tijd en energie verloren die juist moeten worden besteed aan het opzetten van de nieuwe activiteiten van Songrow Holding c.s.
3.18
De Ondernemingskamer is van oordeel dat het voorgaande in onderlinge samenhang bezien al voldoende grond oplevert voor toewijzing van het verzoek tot uitstoting. Het belang van Songrow Holding wordt aanzienlijk geschaad door de instandhouding van de verstoorde verhoudingen, de jarenlange weigering van Sonneland om zonder deugdelijke grond de jaarstukken van Songrow Holding goed te keuren en het door pesterijen belemmeren van een normale bedrijfsvoering, terwijl de door Songrow Holding in Songrow gedreven onderneming juist druk doende is te trachten kleinschalige groothandelsactiviteiten op te zetten. Daarmee staat genoegzaam vast dat Sonneland door haar gedragingen het belang van Songrow Holding zodanig schaadt of heeft geschaad, dat het voortduren van haar aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld.
3.19
De Ondernemingskamer zal het uitstotingsverzoek reeds op grond van het voorgaande toewijzen en bevelen dat [Sonneland] de door haar gehouden aandelen in Songrow Holding dient over te dragen aan HTP tegen betaling van een door de Ondernemingskamer nader vast te stellen prijs. De overige door HTP aangevoerde gronden behoeven bij die stand van zaken geen bespreking meer. Aan de door HTP subsidiair verzochte enquête en onmiddellijke voorzieningen komt de Ondernemingskamer niet toe.

Prijs: deskundige en peildatum
3.20
Voor de vaststelling door de Ondernemingskamer van de prijs van de over te nemen aandelen geldt als uitgangspunt dat Sonneland recht heeft op een reële en redelijke vergoeding voor de waarde van haar aandelen.
3.21
De Ondernemingskamer zal hierna op grond van artikel 2:339 lid 1 BW, één deskundige benoemen en deze vragen een onderzoek te verrichten naar de waarde van de aandelen in Songrow Holding en daarover schriftelijk te berichten. De Ondernemingskamer wijst in dat kader op de door de haar gepubliceerde Leidraad voor deskundigen in de geschillenregeling (hierna: de Leidraad) die van toepassing zal zijn en waarop de deskundige acht dient te slaan.
3.22
De peildatum voor de waardering van de aandelen zal zijn de datum van deze beschikking – althans een zo dicht mogelijk daarbij liggende door de deskundige te bepalen praktische datum. De Ondernemingskamer acht geen grond aanwezig om de peildatum te bepalen op 1 februari 2021 zoals door Sonneland is bepleit.
3.23
Voor de waardering geldt conform de Leidraad een waarderingsmethode op basis van het disconteren van toekomstige geldstromen, zo nodig in combinatie met een andere waarderingsmethode bij wijze van kruiscontrole.
3.24
De Ondernemingskamer zal de te benoemen deskundige vragen om met inachtneming van het voorgaande binnen vier weken – of zoveel eerder als mogelijk – een plan van aanpak met een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan de Ondernemingskamer toe te sturen. De Ondernemingskamer stelt partijen zo nodig in de gelegenheid zich over het definitieve plan van aanpak uit te laten en bepaalt vervolgens bij beschikking de hoogte (inclusief btw) van het voor de kosten van de deskundige ter griffie te storten voorschot, tenzij partijen over dit laatste punt afwijkende afspraken maken. In diezelfde beschikking zal de Ondernemingskamer bepalen binnen welke termijn de deskundige het deskundigenbericht dient uit te brengen.
3.25
Na indiening van het deskundigenbericht zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk op het deskundigenbericht te reageren en hun zienswijze kenbaar te maken, waarna de Ondernemingskamer (tenzij alle partijen laten weten daarop geen prijs te stellen) een mondelinge behandeling zal bepalen ter bespreking van het deskundigenbericht en het vaststellen van de prijs van de over te dragen aandelen.
3.26
De Ondernemingskamer zal, op grond van artikel 2:340 lid 1 BW, in de beschikking waarin zij de prijs van de aandelen vaststelt, bepalen wie uiteindelijk de kosten van het deskundigenonderzoek dient te dragen. Vooruitlopend daarop zal de Ondernemingskamer bepalen dat het voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste komt van Sonneland en HTP, ieder voor de helft.

Proceskosten
3.27
De Ondernemingskamer ziet geen aanleiding om in de enquêteprocedure een proceskostenveroordeling uit te spreken. Alle overige beslissingen worden aangehouden.
<nr>4</nr>De beslissing
De Ondernemingskamer:

in de enquêteprocedure

wijst het verzoek van Sonneland B.V. af;

in de geschillenregelingprocedure

beveelt een onderzoek naar de waarde van de door Sonneland B.V. gehouden aandelen in Songrow Holding B.V. per heden, althans een zo dicht mogelijk daarbij liggende door de deskundige te bepalen praktische datum;

benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon (deskundige) om het onderzoek naar de waarde van de door Sonneland B.V. gehouden aandelen in Songrow Holding B.V. te verrichten;

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig – in de zin van artikel 190 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat wil zeggen niet onder leiding van de Ondernemingskamer – zal verrichten;

bepaalt dat de griffier van de Ondernemingskamer onverwijld een afschrift van deze beschikking en het procesdossier aan de deskundige zal doen toekomen;

verzoekt de deskundige binnen vier weken – of zoveel eerder als mogelijk – een plan van aanpak met een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan de Ondernemingskamer toe te sturen;

bepaalt dat Sonneland B.V. en H.T.P. Holding ieder voor de helft het voorschot op de kosten van de deskundige zullen dragen;

bepaalt dat de deskundige, in het kader van zijn onderzoek, partijen in de gelegenheid dient te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van het onderzoek dient te blijken dat aan dit voorschrift is voldaan;

benoemt mr. W.A.H. Melissen tot raadsheer-commissaris;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. W.A.H. Melissen en mr. K. Spruitenburg, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en prof. drs. E. Eeftink, raden, in tegenwoordigheid van mr. L. van Hoof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.

Artikel delen